Dag 460 Hypocritical Coziness.

De afgelopen dagen kreeg ik van verschillende mensen een uitnodiging om aanwezig te zijn bij een activiteit. Echter, hun aanbod heb ik genegeerd. Ik realiseer me zie en begrijp dat ik activiteiten en mensen vermijd waarvan ik veronderstel ‘zij verwachten van mij dat ik gezellig moet zijn’.

Ik realiseer me dit vermijdingspatroon en denk ‘wat is tóch steeds de aanleiding dat ik uitnodigingen negeer?’

Nadat ik mezelf bevraag komt er een gedachte in mijn bewustzijn bovendrijven:

‘Als kind moest ik thuis meewerken in de zaak van mijn ouders. Ik werd door hen verplicht om me klantvriendelijk en gezellig te gedragen. Dit om ‘de klanten en mijn ouders’ tevreden te stemmen’.

Geveinsde Gezelligheid – wordt vervolgd in volgende blog.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken dat ik verplicht ben dat ik anderen tevreden moet stemmen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik streng ben voor mezelf omdat ik mezelf een verplichting opleg door te denken dat ik verplicht ben dat ik anderen tevreden moet stemmen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik mezelf niet toesta om gezelligheid te ervaren omdat ik gezelligheid innerlijk ervaar als verplichting en pressiemiddel waaraan ik moet voldoen om door anderen geaccepteerd te worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken dat ik anderen me alleen maar waarderen als ik hen vermaak door te denken dat ik hen tevreden moet stemmen op momenten waarin ik innerlijk niet ervaar ‘ik ben gezellig’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik mezelf geen activiteiten toesta die ik associeer met ‘ik ben verplicht dat ik me gezellig profileer’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken dat ik me moet aanpassen aan ‘gezelligheid’, mijn norm/betekenis/abstract-denkbeeld, als zodanig in mezelf aanvaard en toegestaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik innerlijk frictie ervaar ten opzichte van mijn geveinsde gezelligheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik bij het woord gezelligheid innerlijk frictie ervaar omdat ik gezelligheid associeer met ‘schijnheiligheid’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik innerlijk gezelligheid associeer met schijnheiligheid omdat ik schijnheiligheid veinzen verafschuw.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb door te denken aan gezelligheid vervolgens aan mijn moeder denk.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb als kind te denken ‘mijn moeder verplicht me dat ik mijn bijdrage moet leveren aan gezelligheid’ op momenten dat ik mezelf innerlijk ongelukkig ervaarde.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik veronderstel dat iets of iemand buiten mij me verplicht dat ik gezellig moet zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken dat ik mee moest doen met schijnheiligheid en geveinsde gezelligheid in het belang van de klantvriendelijkheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken dat ik ervoor verantwoordelijk was om mijn ouders en klanten tevreden te stemmen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik activiteiten afzeg die ik innerlijk associeer met gezelligheid omdat ik van mezelf niet langer wil/moet meedoen aan de verplichte aspecten van ‘gezelligheid’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik niet langer wil meedoen/meewerken aan mijn denkbeelden die ‘me verplichten om positieve en negatieve aspecten van gezelligheid te veinzen’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik innerlijk eenzaamheid, leegte, schaamte en triestheid ervaar als ik terug denk aan de momenten dat ik verplicht werd dat ik klanten en mijn ouders tevreden moest/wilde stemmen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik door mijn denkbeelden veronderstel en mijn ouders verwijt dat zij geen oog hadden voor mijn behoeften op de momenten dat zij kritiek hadden op mijn gedrag als ik volgens hen niet voldeed aan hun geveinsde gezelligheid spelregels.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat me aanpas aan de grillen en grollen van anderen omdat ik als ik tegenwerk ongehoorzaam ben omdat ik de gezelligheidsregels negeer.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik me aangepast heb aan de eisen van mijn ouders op momenten dat ik innerlijk weerstand heb ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik kort geleden uitnodigingen negeer omdat ik een mechanisme opgebouwd heb dat ‘tegenwerkt’ of ‘niet mee wil doen’ aan ‘geveinsde gezelligheid’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik innerlijk een wraakmechanisme heb ontwikkelt en me verzet tegen verplichte gezelligheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik bewust situaties en mensen negeer die ik innerlijk associeer met mijn denkbeelden ‘ik wordt verplicht mee te doen aan geveinsde gezelligheid’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken dat ik tijdens contact met anderen verplicht ben dat ik gezellig moet zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik situaties en mensen vermijd.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik  mezelf ‘wreek, straf en tegenwerk’ omdat ik niet samen wil zijn met anderen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik sociale interactie vermijd vanuit mijn negatief geladen denkbeelden ‘ik wordt verplicht dat ik mee moet doen aan geveinsde gezelligheid’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik beweeg vanuit wrok/wraak als ik bewust situaties en mensen vermijd door te denken ‘ik wordt door anderen verplicht dat ik gezelligheid promoot’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik uitnodigingen negeer of afzeg uit angst dat anderen mijn aanwezigheid niet ervaren als ‘daar is de gezellige Jan’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik innerlijk angst ervaar als ik niet in staat ben om gezelligheid te veinzen tijdens een activiteit of in relatie tot iemand omdat ik bang ben voor een negatieve reactie.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard het dat ik innerlijk angst en schaamte ervaar bij de gedachte ‘ik kan niet langer voldoen aan mijn zelf opgelegde eis dat ik moet voldoen aan geveinsde gezelligheid’.

Als en wanneer ik innerlijk angst en schaamte ervaar bij de gedachte ‘anderen waarderen me alleen maar als ik me gezellig gedraag’, dan stop ik en adem. Ik realiseer me dat ik me heb aangepast aan mijn denkbeelden ‘ik wordt door mijn omgeving verplicht dat ik me gezellig gedraag’ en als dit niet het geval blijkt ‘dan hebben zij kritiek op mijn afwijkend gedrag en vervolgens negeren zij mij en mijn drang dat ik onvoorwaardelijke steun en begrip van mijn ouders verwacht’.

Als en wanneer ik uit angst voor afwijzing van mijn behoeften mijn behoeften inslik, dan stop ik en adem. Ik realiseer me zie en begrijp ‘door gehoorzaam te zijn aan mijn denkbeelden dat ik me wil aanpassen aan mijn omgeving en daardoor mijn Zelfoprecht verloochen’. Ik realiseer me zie en begrijp ‘door studie te maken van mijn relatie (denkbeelden) met mensen en dingen in en buiten me, begin ik mijn mind denkbeelden te begrijpen.

Ik stel mijzelf ten doel dat ik mijzelf en mijn denkbeelden ‘feitelijk onder de loep moet nemen’ – zoals ik mezelf heb toegestaan en aanvaard en ben als mind denkbeelden in dat moment en me niet langer verstop achter abstracte denkbeelden zoals ik zou willen zijn’ -, hierop zelfvergeving uitschrijf of door de weerstand adem/beweeg en Zelfoprecht de ervaring in Hier met mensen en situaties ervaar.

Volgende blog: ‘Geveinsde Gezelligheid’.

 

 

 

Advertenties

Dag 443 Met elkaar overleggen.

Naar aanleiding van een gebeurtenis op mijn werk heb ik een gesprek gehad met een collega in bijzijn van mijn teamleider en zijn leidinggevende. Wij hebben gezamenlijk besproken, gekeken, nagedacht en overwogen hoe wij constructief kunnen samenwerken. Wij hadden overleg met elkaar.  

Vooraf aan dit gesprek had ik richting bepaald en mij voorgenomen dat ik tijdens dit gesprek  zonder vooroordeel zou luisteren naar de argumenten van elkaar met respect voor elkaars argumenten vanuit mijn overtuiging dat de ander iets voor hem/haar belangrijks te melden heeft. Ik had mijzelf ten doel gesteld ‘ik luister naar de argumenten van de ander(en). 

Gedurende dit gesprek werd mij duidelijk dat de aanwezigheid van mij en mijn teamleden binnen het werkgebied van mijn collega, weerstand oproept bij hem, omdat gemaakte afspraken ‘de momenten dat wij gebruik kunnen maken van faciliteiten binnen zijn werkgebied’ voor hem onduidelijk waren. Zie vorige blog.

Tijdens het gesprek was ik rustig en beheerst en liet mij niet verleiden door de beschuldigingen van mijn collega. Hij noemde mij een leugenaar want mijn verhaal kwam niet overeen met zijn versie. Ik benoemde de inhoud (concrete werkafspraken) en heb hiervoor meetbare argumenten aangedragen in overeen stemming met de afspraken die er al waren. Zo bleek tijdens het gesprek dat deze afspraken voor mijn collega niet duidelijk waren. Hij voelde zich overrompelt door onze komst binnen zijn werkgebied. Na zijn uitleg, en mede door dit overleg, werd mij duidelijk waar voor hem de schoen wringt.

Realisatie: ‘door zijn uitleg heb ik begrip voor zijn reactie’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de inbreng van mijn collega bekritiseer, zonder uitleg, overleg en inzicht in de argumenten van mijn collega. Als en wanneer ik de bijdrage van mijn collega bekritiseer, dan Stop ik en Adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de bijdrage of mening van anderen bekritiseer omdat ik geen oog heb voor hun bijdrage.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik bij afwijkende argumenten denk ‘jij bent ongeschikt voor deze functie (collega) of zoals ik vroeger dacht.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik bij afwijkende gedrag, anders dan wat ik voor ogen had, van mening was dat zij ongeschikt waren als ouder, juf of andere mensen waarvan ik dacht dat zij mij of mijn bijdrage belachelijk maakte.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij meer geschikt achtte dan anderen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijzelf als mens en gedrag profileer als ‘geschikt – perfect’ en gedrag van de ander ‘als’ ongeschikt – ondeugdelijk.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door ruzie en conflict tussen mijn ouders gedachten heb aangeleerd en dacht ik zal het beter gaan doen dan jullie, waardoor ik de energie van conflict heb veroordeeld als negatief. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik van mening was dat zij ongeschikt waren om voor mij te zorgen, want ik dacht ‘jullie bekritiseren elkaar voortdurend en naar buiten toe zijn jullie vriendelijk.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij door hun schreeuwerige, onvriendelijke en agressieve communicatie onveilig voelde en dacht dat zij elkaar niet respecteerde als mens.  

Als en wanneer ik de energie van kritiek ervaar, dan Stop ik en Adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik na de gebeurtenis met mijn collega overwogen heb om te stoppen met mijn werk.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij in zijn bijzijn, door zijn schreeuwerige, agressieve en onvriendelijke gedrag, onveilig en niet gerespecteerd voelde.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door zijn houding ging twijfelen of ik geschikt ben om, om te gaan met conflictsituaties.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij niet gerespecteerd voelde omdat mijn collega mijn verzoek tot overleg in mijn bijzijn besprak met andere collega’s waardoor ik dacht ‘mijn visie/ervaring wordt niet meegenomen in jouw verhaal.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik dacht ‘jij bent niet oprecht en schijnheilig’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vervolgens dacht zelfs de collega’s waartegen jij jouw verhaal doet, bevragen mij niet, waardoor ik in hen ook potentiele vijanden zie, omdat ik niet bevraagd wordt, en van uitleg en overleg wordt uitgesloten, omdat ik mij door de energie van kritiek die ik mij Gewaar werd in mijzelf, ging afsluiten voor overleg, uitleg, dialoog en open ‘Geweldloze’ communicatie. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard zodra ik veronderstel ‘als’ ik door collega’s wel gesteund en gehoord wordt, dan wordt ik serieus genomen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik meer vertrouwen heb in mensen die vriendelijk zijn, en een voorkeur heb ontwikkelt voor en focus op mensen die de energie van vriendelijkheid uitstralen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard omdat ik de energie van conflict in mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik veronderstel dat vriendelijkheid ook ieder moment kan omslaan in vijandigheid, zodra ik dit in mijzelf, bij/door de ander waarneem in zijn/haar mimiek en toonhoogte, wat ik interpreteer als agressieve communicatie.  

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door de energie van conflict in mijzelf, gedrag van anderen veroordeel, en veronderstel dat ik door gedrag van anderen geïntimideerd wordt.

Als en wanneer ik in mijzelf de energie van conflict Gewaar ben, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat de energie van twijfel over de oprechtheid en vriendelijkheid van mensen mijn Zelfoprechte vriendelijkheid en Zelfoprechtheid negatief beïnvloed.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik twijfel aan de oprechtheid van mensen als zij vriendelijk zijn omdat vriendelijkheid voor mij een dubbele boodschap bevat omdat ik de energie van conflict en agressie in mijzelf onderdruk. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vriendelijkheid associeer met gedrag dat ieder moment kan omslaan in vijandigheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de gedachte had om mijn collega op te wachten om hem een pak slaag te geven.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn gevoelens van vijandigheid onderdruk achter een masker van vriendelijkheid omdat ik gevoelens van schaamte ervaar als ik eraan denk dat ik met agressie mijn gevoelens van conflict wil rechtvaardigen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik iemand fysiek geweld wil aandoen omdat ik in mijzelf de energie van boosheid en haat gevoelens onderdruk heb, die ik mij Gewaar werd naar aanleiding van de boosheid en haat die ik waarnam in de ogen van mijn collega. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de energie van boosheid en haat in mijzelf heb toegestaan naar aanleiding van de momenten waar ik samenwerkte met mijn vader en van hem vaak kritiek kreeg op mijn bijdrage.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat tijdens mijn werk toen mijn stinkende best deed om gerespecteerd te worden en dat ik mijn gedachte dat ik niet gerespecteerd werd, omdat ik veronderstelde dat alles wat ik deed, daar vervolgens kritiek op volgde.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in mijzelf gedachten heb toegestaan en veronderstelde dat overleg en dwang om mee te werken in de zaak vanzelf sprekend werden, terwijl mijn vriendjes gezellig samen aan het spelen waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik een hekel kreeg aan samenwerken, want samenwerken is niet gezellig, en daarnaast wordt mijn bijdrage tóch nooit gewaardeerd.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vervolgens andere manieren ging zoeken om wel waardering te ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij heb aangepast aan de energie van conflict en verwarring, die ik in mijzelf onderdrukt heb omdat er geen overleg was over de manier van samenwerken.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijzelf negatief evalueerde omdat ik geen uitleg kreeg voor de beweegredenen van mijn vader end act dat alles wat ik doe toch negatief wordt beoordeeld door hem. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij aangepast heb en onderworpen aan de wisselende (agressieve stemmingswisselingen van mijn vader) en angst heb ontwikkelt voor kritiek omdat ik dacht dat mijn bijdrage en mijn zijn als Zelfoprecht fysiek wezen werd betwijfeld.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik daarnaast de angst voor waardering in mijzelf heb aanvaard en toegestaan omdat ik dacht dat ik niet perfect, als mens mislukt was en minderwaardig, in mijzelf de energie van onzekerheid heb ontwikkelt omdat ik veronderstelde dat mijn Zelfoprechte waardigheid en mens-zijn niet werd gerespecteerd.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 442 overleggen en samenwerken

Naar aanleiding van de reactie van een collega op mijn werk zie ik wat er in mijzelf gebeurt. Ik realiseer mij tijdens deze gebeurtenis, waarin ik met mijn collega wil overleggen, een patroon: ‘als’ ik wil overleggen, dat ik vooraf aan mijn verzoek al denk dat mijn verzoek vervolgens resoluut wordt afgewezen. In mijn vorige blog sluit ik af: ‘als en wanneer ik in mijzelf de energie van verwarring manifesteer naar aanleiding van de manier waarop iemand mij openlijk bekritiseert, dan Stop ik en Adem.

Als en wanneer ik vooraf aan mijn verzoek om overleg te hebben in mijzelf de energie van twijfel en de emotie angst ervaar, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik deze energie van verwarring in mijzelf manifesteer omdat ik denk dat mijn verzoek resoluut wordt afgewezen.

De betekenis van overleggen volgens het woordenboek: gezamenlijk bespreken, kijken naar, nadenken, overwegen, praten, met iemand bespreken, raadplegen, iets met elkaar bespreken; ‘ze overlegde met elkaar’.

Mijn betekenis: naar elkaar luisteren zonder vooroordeel, respect hebben voor elkaars argumenten, luisteren naar de ander vanuit de overtuiging dat de ander iets (voor hem/haar) belangrijks te zeggen heeft, de mening van de ander respecteren, die mening is even belangrijk als de mijne.

Daarom realiseer ik mij dat ik vooraf aan het overleg met mijn collega denk: ‘mijn voorstel om gebruik te maken van de pc binnen zijn werkgebied wordt door hem resoluut afgewezen’.

Hierin herken ik een patroon, mind gedachten die ik mij heb aangeleerd: ‘mijn voorstel of inbreng wordt bekritiseerd of belachelijk gemaakt’. Mijn gevoel/emotie/ waaruit gedachten ontstaan is: ‘uit angst voor kritiek en afwijzing probeer ik om de goede vrede te bewaren’. Mijn gedrag: ‘binnen situaties waarin ik mij angstig voelde om mijn bijdrage te leveren, vaak mijn woorden ingeslikt heb om de energie van kritiek en afwijzing in mijzelf te vermijden/ontwijken. Vaak ben ik weggelopen als mensen het oneens waren met mij omdat ik niet heb geleerd hoe ik assertief mijn argumenten communiceren. Dit vluchtgedrag heeft voor veel ellende en teleurstellingen gezorgd.  

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik onvoldoende oprecht, vooraf aan het verzoek aan mijn collega, de aspecten die de energie van twijfel en angst in mijzelf manifesteren, niet onder ogen ben gekomen, waardoor mijn verzoek niet Zelfoprecht is. Als en wanneer ik een voorstel wil doen op basis van de energie van angst en twijfel, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat mijn twijfel en angst gemanifesteerd worden door mijn veronderstelling ‘dat mijn verzoek niet wordt aangehoord’ waardoor ik denk dat anderen mij niet serieus nemen’.  

Als en wanneer ik vooraf aan een verzoek in mijzelf verwarring en twijfel bespeur, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik om verwarring te voorkomen vaak ben weggevlucht waardoor ik relaties, zowel privé als zakelijk, veronachtzaamd heb. Hierdoor manifesteerde ik in mijzelf, door verlieservaringen en teleurstelling, meer energie van twijfel en angst, waardoor ik mijn competenties en talent ondermijnd heb.  De gedachten dat mijn bijdrage bekritiseerd werd riep in mij weerstand op en frictie. In wezen stemde ik in met mijn veronderstelling dat anderen mijn bijdrage afwezen. Nu ik dit opschrijf voel ik fysiek mijn hart en onderbuik gevoelens in mijn nek kloppen.

Als en wanneer ik denk dat gedrag van anderen aanleiding is dat ik twijfel of angst ervaar om mijn voorstel tot overleg te communiceren, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik mensen bekritiseer die mij mijn twijfel tot overleg spiegelen als woorden en gedachten ‘jij deugd niet want jij neemt mij niet serieus’.

Als en wanneer ik de inbreng van anderen bekritiseer omdat zij afwijken van mijn plan, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp als ik de bijdrage of mening van anderen bekritiseer, geen oog heb voor hun bijdrage en denk ‘jij bent ongeschikt voor deze functie (collega) of zoals ik vroeger dacht, ongeschikt als ouder, juf of andere mensen waarvan ik dacht dat zij mij of mijn bijdrage belachelijk maakte.

Als en wanneer ik mij meer geschikt acht dan een ander, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik mijzelf als mens en in mijn gedrag profileer als ‘geschikt – perfect’ en gedrag van de ander ‘als’ ongeschikt – ondeugdelijk. Bij ruzie en conflict tussen mijn ouders heb ik mij deze gedachten aangeleerd. Ik dacht jullie zijn niet geschikt om voor mij te zorgen. Jullie bekritiseren elkaar voortdurend en naar buiten toe zijn en doen jullie vriendelijk. Ik voelde mij onveilig en niet gerespecteerd als mens.  

Als en wanneer ik de energie van kritiek ervaar, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik na de gebeurtenis met mijn collega overwogen heb om te stoppen met mijn werk. In zijn bijzijn voel ik mij niet langer veilig. Ik ga twijfelen of ik geschikt ben om, om te gaan met conflictsituaties. Ik realiseer mij omdat mijn collega mijn verzoek tot overleg bespreekt met andere collega’s, waardoor ik denk ‘mijn visie/ervaring wordt niet meegenomen in jouw verhaal, jij bent niet oprecht en schijnheilig’. Zelfs die collega’s waartegen jij jouw verhaal doet, bevragen mij niet, waardoor ik in hen ook potentiele vijanden zie.

Als en wanneer ik veronderstel als ik door collega’s wel gesteund en gehoord ben, dan wordt ik serieus genomen, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik meer vertrouwen heb in mensen die vriendelijk zijn, en focus op mensen die de energie van vriendelijkheid uitstralen, wat ieder moment kan omslaan in dreiging of vijandigheid in mimiek en toonhoogte.  

Als en wanneer ik door gedrag van anderen geïntimideerd wordt, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat de energie van twijfel over de oprechtheid en vriendelijkheid van mensen mijn angst voor vriendelijkheid en oprechtheid negatief beïnvloed. Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik twijfel over de oprechtheid van mensen als zij vriendelijk zijn omdat vriendelijkheid voor mij een dubbele boodschap bevat. Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vriendelijkheid associeer met gedrag dat ieder moment kan omslaan in vijandigheid in mimiek, toonhoogte en of fysiek geweld.

Nieuwe realisatie: Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de gedachte had om mijn collega op te wachten om hem een pak slaag te geven. Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn gevoelens van vijandigheid onderdruk achter een masker van vriendelijkheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik afspraken wil maken op mijn werk waarvan ik denk dat collega’s deze afspraken óók accuraat naleven en zodra zij afwijken van deze/mijn norm in mijzelf verwarring ervaar omdat de situatie voor mij dan niet langer veilig en overzichtelijk blijkt.

Net als in mijn vorige blog realiseer ik mij dat ik naast Zelfvergeving op de energie van verwarring, angst en twijfel, met de informatie die ik mij realiseer vervolgens richting kan bepalen.

Ik heb zelfs overwogen om te stoppen met werken binnen deze setting. Ik heb mijzelf in mijn vorige blog ten doel gesteld dat ik nadat ik mijn teamleider over deze gebeurtenis heb gemaild niet kan verwachten dat er een gesprek plaats vind tussen mijn collega, mij en de teamleider. Ik ga dit voorstel wel doen. 

Welke consequentie ik hieraan verbind is mij nog niet duidelijk. Gewaarzijn wat ik heb ontwikkelt naar aanleiding van deze gebeurtenis is dat ik mijn angst, twijfel en verwarring onder ben gekomen in deze blogs. Dat ik iemand fysiek geweld wil aandoen in mijn gedachten, daar schrik ik van naast dat het oplucht dat ik deze energie van boosheid en haat (die ik zag in de ogen van mijn collega) onder ogen ben gekomen in deze blog.

Het thema overleggen en samenwerken bevat nog andere aspecten namelijk dat ik tijdens samenwerken met mijn vader vaak kritiek kreeg op mijn bijdrage. Ik doe mijn stinkende best om gerespecteerd te worden en daar krijg ik kritiek op. Thuis werd ervan mij , zonder overleg, verwacht (dwang) dat ik meewerkte in de zaak terwijl mijn vriendjes gezellig samen aan het spelen waren. Werken was niet gezellig en werd volgens mij niet gewaardeerd.

Vervolgens ben ik andere manieren gaan zoeken om waardering te ervaren. Die zal ik hier nog niet bespreken. Aan de energie van conflict en verwarring (die ontstond omdat er geen overleg en uitleg was) heb ik mij aangepast en aan onderworpen.

Ik realiseer mij dat ik ook toezeggingen heb gedaan, die ik later heb bijgesteld of uitgesteld (procrastination).

Wordt vervolgd.

Stil A Honest Way to Go. 🙂  

Bedankt!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 441 Zelfvergeving

Naar aanleiding van de reactie van een collega op mijn werk zie ik wat er in mijzelf gebeurt. Als ik wil overleggen met hem, (dan) wijst hij resoluut mijn verzoek af. Ik vraag hem of een cliënt gebruik mag maken van een pc binnen het werkgebied waar hij werkt, waarbinnen wij (ons team) als collega’s ook gebruik maken van specifieke faciliteiten zoals pc’s.

Ik realiseer mij naar aanleiding van deze gebeurtenis – overleggen – een patroon in mijzelf, namelijk, ‘als’ ik overleg al denk dat mijn verzoek ‘dan’ resoluut wordt afgewezen.    

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan het verzoek dat ik voor ogen heb aan mijn collega, in mijzelf energie van twijfel en de emotie angst ervaar, omdat ik denk dat mijn verzoek resoluut wordt afgewezen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik onvoldoende oprecht, vooraf aan het verzoek aan mijn collega, de aspecten die de energie van twijfel en angst in mijzelf manifesteren, niet onder ogen ben gekomen, waardoor mijn verzoek niet Zelfoprecht is, maar doe op basis van de energie van angst en twijfel omdat ik denk dat mijn verzoek niet wordt aangehoord.  

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan mijn verzoek veronderstel dat mijn collega mijn verzoek zal afwijzen, waardoor ik in mijzelf verwarring ervaar, veroorzaakt wordt door mijn gedachten, die mij belemmeren om Zelfoprecht met hem in gesprek te blijven, omdat ik in mijzelf de energie van afwijzing ervaar (niet gehoord worden veronderstel), en naar aanleiding van mijn verzoek zijn reactie afwijkt van dat wat ik voor ogen heb, ‘ik wil dat jij instemt met mijn verzoek, ondanks mijn angst en twijfel’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij vooraf aan dit verzoek een ervaring herinner aan een onverwacht moment, waarin deze collega in bijzijn van cliënten mijn werkwijze/begeleiding/ondersteuning bekritiseerde, nadat hij ongevraagd commentaar gaf op mijn manier van handelen.

Zelfvergeving op deze vorige ervaring.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van het gedrag van mijn collega zijn inbreng ervaar als bemoeienis en kritiek op mijn aanpak.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik achteraf dacht: ‘jij deugd niet’ want jij ondermijnt mijn positie en rol als begeleider waardoor ik mij onveilig voel.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van zijn reactie denk ‘jij bent als mens ongeschikt om binnen deze setting te werken’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn collega als mens ongeschikt vind voor de rol die hij vervult binnen deze setting omdat ik mij naar aanleiding van zijn reactie onveilig voel nadat hij zich bemoeit met mijn interventie omdat ik zijn gedrag ervaar alsof hij kritiek heeft op mij als mens.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard als ik in mijzelf de energie van kritiek ervaar dan vervolgens denk dat ik niet deug als mens.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van de reactie van mijn collega denk dat hij mijn inzet belachelijk maakt waardoor ik in mijzelf verdriet en gevoelens van onzekerheid ervaar en begin te twijfelen over mijn geschiktheid en rol als begeleider.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik veronderstel als ik door mijn collega gesteund en gehoord wordt dat ik geslaagd/geschikt/perfect ben als mens en begeleider.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijzelf door de reactie van anderen laat intimideren en mijn geschiktheid laat bepalen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de opvatting van mijn collega als kritiek en bemoeienis opvat/interpreteer.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik bij een reactie waarbij ik kritiek veronderstel van mening ben ‘ik voldoe niet aan jouw norm, dus ik ben ongeschikt volgens jou’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard nadat de cliënten weg waren, met mijn collega in gesprek ben gegaan en zijn handelen richting mij in bijzijn van cliënten heb veroordeeld.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik onder invloed van deze negatieve energie in overleg ga met de vraag ‘dat wij in het vervolg samen overleggen zodra ik gebruik wil maken van een pc binnen zijn werkgebied’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan een volgend verzoek twijfel aan mijn collega omdat ik veronderstel dat mijn collega geen gehoor geeft aan mijn verzoek.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan dit verzoek in mijzelf verwarring ervaar, omdat ik bang ben voor de reactie van mijn collega, zelfs nadat er overleg heeft plaats gevonden met de teamleiding, omdat ik twijfel aan de oprechtheid van mijn collega nadat hij de toezegging heeft gedaan dat wij (mijn collega’s en ik) in overleg met hem samen kunnen besluiten om wel of niet gebruik te maken van de pc binnen zijn territorium/werkgebied.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan mijn verzoek om medewerking twijfel aan de oprechtheid en bereidheid van mijn collega om samen te overleggen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik verward ben nadat mijn collega mijn verzoek afwijst en tegen hem zeg dat ik het niet eens ben met zijn besluit, dat ik geen gebruik mag maken van de pc binnen zijn werkgebied, omdat hierover met de teamleiding afspraken zijn gemaakt.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik verdrietig wordt als ik mijn collega tegen andere collega’s hardop hoor zeggen dat ik de enigste medewerker ben die gebruik wil maken van de pc, niet ik maar hij de regels niet naleeft.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in mijzelf de energie van onbetrouwbaarheid ervaar als mensen afspraak regels niet naleven.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de manier waarop mijn collega tegen anderen collega’s over mijn handelen communiceert ervaar alsof ik belachelijk wordt gemaakt, en denk dat ik niet geschikt ben voor het werk dat ik verricht.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat mijn collega mij een moment later in het voorbij gaan aankijkt waardoor ik denk dat zijn blik mij wil doden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik die blik associeer met de mimiek van mijn vader die mij in het bijzijn van klanten in zijn zaak bekritiseerde, beschimpte en belachelijk maakte omdat hij bij drukte tijdens mijn samen werken met hem, het overzicht niet kon bewaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de controle verlies nadat mijn collega mij hardop bekritiseerde tegen collega’s waarbij mij niet om mijn mening werd gevraagd.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door het gedrag van mijn collega niet meer zijn werkgebied durfde te betreden nadat hier inmiddels weer cliënten aanwezig waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik niet naar binnen durfde te gaan uit angst voor de reactie van mijn collega.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in het verleden in reactie op het gedrag van mijn vader angst heb ontwikkelt waardoor ik mij naar aanleiding van zijn gedrag, in het bijzijn van klanten, angst voelde en naar aanleiding van zijn gedrag dacht ‘ik deug niet’, ‘ik mag er niet zijn’, ‘ik ben ongewenst kind/gezelschap’, ‘mijn aanwezigheid wordt niet gewaardeerd’, ‘mijn inzet wordt niet gezien’, ‘erkent’ of ‘gerespecteerd’, ‘ik ben minderwaardig’, waardoor ik mij realiseer zie en begrijp, zodra mensen afwijken van mijn verwachting ‘ik wil samen overleggen’, in mijzelf al focus op de energie van verwarring’ en vooraf aan overleg veronderstel’ ‘mijn collega zijn minder accuraat dan ik en handelen toch niet volgens gemaakte afspraken, waardoor ik in mijzelf de energie van onbetrouwbaarheid en onveiligheid manifesteer/ervaar waardoor, als ik veronderstel dat ik iemands comfortzone/werkgebied betreed, niet durf te betreden omdat ik kritiek verwacht, mij realiseer, zie en begrijp mijn energie van kritiek in mijzelf aanvaard en toegestaan, wil vermijden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik participeer in de energie van kritiek, die ik in mijzelf manifesteer, naar aanleiding van de manier waarop mijn collega communiceert nadat ik met hem wil overleggen, omdat hij resoluut en star mijn voorstel afwijst met ongegronde argumenten waarmee ik niet langer akkoord ga.

Als en wanneer ik in mijzelf de energie van verwarring manifesteer naar aanleiding van de manier waarop iemand mij openlijk bekritiseert, dan Stop ik en Adem. (zie vorige blog).

Ik stel mijzelf ten doel dat ik een gesprek wil met deze collega in bijzijn van de teamleiding waarin ik duidelijkheid vraag over het gebruik van de pc binnen het werkgebied van mijn collega, afspraken die eerder zijn gemaakt, waarmee ik voor mijzelf heb besloten dat ik afspraken maak waarmee ik later samen kan overleggen en tot overeenstemming kan komen, bij onduidelijkheid over wanneer ik (wij) wel of niet gebruik kunnen maken van de faciliteiten (pc’s) binnen zijn werkgebied.

Ik stel mijzelf ten doel dat ik de energie van conflict in mijzelf verder onder ogen zal komen omdat ik hiervoor zelf verantwoordelijk ben,

wordt vervolgd….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 440 alcohol 5 vervolg impressie op twijfelen.

Vandaag las ik mijn blog terug van dag 411.

Ik kan met mijn vinger wijzen en twijfelen zoveel als ik wil – maar als ik kijk en mijzelf en mijn twijfel onder ogen kom, dan zie ik wat er in mijzelf gebeurt. Wat ik bij twijfel waarneem en ervaar is de ervaring van twijfel die ik in mij als mijzelf heb aanvaard en toegestaan. Mijn twijfel ervaring blijft hetzelfde zolang ik de aspecten die de energie van twijfel in mijzelf manifesteert niet oprecht onder ogen kom.

In die blog onderzocht ik aspecten die bijdragen aan mijn twijfel, gedachten die mij belemmerde om daadwerkelijk een test te maken.

Ik kon mij vooraf aan de test namelijk een ervaring herinneren waarin ik ‘een vergelijkbare test had gemaakt’. De uitslag viel toen negatief uit. Ik had onvoldoende hoog gescoord. Ik stond voor de keuze – ‘wel of niet een vergelijkbare test maken’. 

Volgens mijn mind veronderstelling bevatte de testuitslag, die bepalend was als toelating voor een opleiding, nog een onderdeel: namelijk of dat ik geschikt zou zijn (als mens).  Want wel of niet toegelaten worden aan de opleiding diende voor mij als bewijs. De gedachten waaruit ik zowel positieve als negatieve energie genereer zijn: ‘geschikt – ongeschikt’. ‘Geschikt = perfect. Ongeschikt = jij deugd niet’.

Na het terug lezen van die blog realiseer ik mij zie en begrijp dat hieronder een volgende laag veronderstellingen schuilt. ‘Ik ben als mens geslaagd als ik een voldoende scoor’, ‘waarmee ik anderen kan laten zien, de testuitslag fungeert als bewijs’ ‘dat ik perfect/geschikt ben’ want dan voldoe ik aan de norm. 

‘Als ik de test haal’ dan ben ik geslaagd en perfect. Dan wordt ik serieus genomen door mensen uit mijn omgeving’. ‘Als mensen afwijken van de norm/regels die ik op mijn werk toepas, dan zijn zij niet perfect, dan deugen zij niet/ongeschikt’. Ik realiseer mij dat ik primair focus op ‘als’ iemand afwijkt van mijn verwachting: de manier waarop ik de veiligheidsregels toepas of mij tegenspreekt, dan deugd die persoon niet’. Ik realiseer mij dat ik mij tijdens werk houdt aan de geldende afspraken (zie vorige blog). Ik ben accuraat in de naleving van regels m.b.t. veiligheid-instructies.

Resultaat: angst om te falen en daarom succesvol willen zijn. Ik moe(s)t anderen bewijzen dat ik er mag zijn. Door te voldoen aan de/hun norm, wordt ik gezien, gehoord, gewaardeerd, erkent en gerespecteerd.  

Ik heb door mijn (zelfoordeel) niet slagen voor de test = ‘als ik niet voldoe aan de norm/eis, dan deug ik niet (negatief). Wel geslaagd voor de test = ik ben succesvol (positief). Net als mijn zus die volgens mijn moeder beter kon studeren. Want volgens mijn moeder was zij geslaagd/perfect. Waardoor ik dacht ik ben minder/ongeschikt =’ik deug niet’. Dus eigenlijk straf ik mijzelf voortdurend (alcohol) zolang ik blijf focussen op de energie die ontstaat uit mijn manier van denken, zodra collega’s die afwijken van de regels, en hen negatief beoordeel, omdat ik mij voornamelijk richt op dat ‘wat niet deugd’.

Ik beoordeel mensen hoe zij mij beoordelen als de manier waarop ik mijzelf altijd beoordeel(d) heb vanuit de veronderstelling ‘ik deug niet dus ik krijg en verdien straf’.  

Volgens mijzelf betekent niet succesvol zijn = mislukkeling = loser = ik ben zonder betekenis = ik deug niet betekent straf. Ik realiseer mij zie en begrijp ‘ik ben accuraat in het naleven van de veiligheidseisen op mijn werk’. Ik beoordeel collega’s of zij óók accuraat zijn. Als zij niet accuraat zijn, zorgt dit bij mij voor verwarring. Ik begrijp niet dat collega’s zich niet houden aan de regels. In mijn beleving werd ik als kind onvoldoende beschermt en niet geïnformeerd hoe ik met onveilige situaties moest dealen. Mijn opvoed instructies en thuissituatie heb ik als verwarrend ervaren. Ik dacht bij straf (van de juf op de eerste klas lagere school) ook ik deug niet. Ik moest namelijk gehoorzaam zijn aan de opvoedeis van mijn ouders dat ik moest luisteren naar de instructies van volwassenen. Mij werd niet geleerd wat te doen als ik mij onveilig voelde.  

Ik realiseer mij dat ik pietluttig kan zijn in mijn beoordeling en de manier waarop collega’s zich conformeren aan de regels. Ik realiseer mij óók dat ik van mening was dat mijn opvoeders pietluttig waren in hun beoordeling naar mij toe als ik aan tafel tijdens eten niet voldeed aan hun normen. Hun reacties waren vaak overdreven, zo dacht ik. Hoe ik creatief kon omgaan met situaties was mij onbekend. Omdat ik niet buiten de lijntjes wilde bewegen en de regels van mijn opvoeders naleefde. Simpelweg door een gebrek aan informatie hoe ik anders kon omgaan met situaties waarin ik mij onveilig voelde. Mij werd geleerd dat ik mij moest aanpassen en gehoorzaam zijn aan de eis van anderen.  

Woorden die ik ga onderzoeken: accuraat, verwarring, pietluttig, creatief, straf, onderwerping, eisen, toewijding, Sub, Dom(me), alcohol, procrastination. Wordt vervolgd met Zelfvergevingen en verdieping van de beschreven woorden.

destabiliseer.