Dag 459 Finding purpose.

Angst om te falen. ‘Waarom wil ik het perfect doen?

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik innerlijk angst ervaar om doelen en taken daadwerkelijk succesvol af te ronden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik een doel moet vinden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik geen doel wil vinden uit angst om te falen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik geen tijd wil investeren om een concreet doel te vinden en dit doel te realiseren uit angst voor mislukking.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik geen doel wil aangaan om de innerlijke ervaring van schaamte te ontwijken hetgeen ontstaat uit mijn angst om te falen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik wat ik doe perfect en gecontroleerd wil uitvoeren uit angst om fouten te maken.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik geen fouten wil maken uit angst voor kritiek.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik uit angst voor kritiek situaties en taken uitstel om kritiek te ontwijken omdat ik innerlijke ervaringen als schaamte, teleurstelling, eenzaamheid en depressie wil vermijden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik keuzes wil maken waaraan ik de factor succes toeken, omdat dat wat ik voor ogen heb moet lukken en wil voorkomen dat ik innerlijk de ervaring van mislukking niet wil ervaren en dus de energie van mislukken wil vermijden/onderdrukken.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik taken uitstel omdat ik met mezelf innerlijk overeengekomen ben en mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik niet wil mislukken.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb zodra ik me iets ten doel stel, mijn keuze wil uitstellen omdat ik innerlijk conflict ervaar omdat ik denk ‘ik wil iets doen maar dan ervaar ik innerlijk weerstand omdat wat ik doe kan mislukken’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik mijn innerlijke ‘positieve of negatieve eigenwaarde’ direct verbind aan mijn vaardigheden en prestaties van het moment.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik van mening ben en van anderen verwacht dat zij mij en mijn gedrag negatief beoordelen omdat ik van hen verlang dat zij me positief beoordelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik recent op het laatste moment afspraken wel of niet afzeg omdat ik nieuwsgierig ben hoe de mensen zullen reageren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik afspraken afzeg op het laatste moment omdat ik wil ervaren en onderzoeken of mensen mij onvoorwaardelijk blijven steunen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik afspraken afzeg op het laatste moment met als doel ‘om eens niet te willen voldoen aan de verwachtingen (toen ik nog kind was) die anderen van me hebben’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken ‘het is toch nooit goed genoeg’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb als kind dat mijn vader vaak kritiek had op mij en van hem niet te horen kreeg wat anders/beter had gekund.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb waardoor ik me als kind geen goed beeld geschetst heb van wat ik realistisch gesproken van iemand kan verwachten omdat ik geen duidelijke vergelijking kreeg over normen en doelen stellen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik weerstand ervaar als anderen voor mij willen bepalen omdat ik veronderstel dat zij een oplossing aandragen waaraan ik me moet onderwerpen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb wat ik doe vaak perfect wil doen bijv. ‘het perfect uitvoeren van een taak’ zonder mezelf de vraag te stellen: ‘waarom wilde ik dat ik het perfect zou doen?’

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb was het zonder na te denken werkelijk de moeite waard om er zoveel tijd en energie in te steken.

Ik realiseer me dat het Gewaarzijn van o.a. mijn innerlijke gedachten, gevoelens en emoties me inzicht verschaft in mijn geest bewustzijn en dat dit Gewaarzijn me in staat stelt om andere keuzes te maken ten opzichten van de keuzes die ik heb gemaakt. Dit om eventueel situaties te vermijden omdat ik van mening was ‘doe maar geen moeite, je bent nou eenmaal middelmatig, waardoor ik mijn ouders en later mijn omgeving wilde overtuigen van het feit dat ik eigenlijk geniaal ben. Het streven blijft dan toch om te laten zien dat ik het wel kan, en nog perfect ook’. En als het niet perfect kan, doe ik het niet.

Door het niet te doen wat ik wil realiseren bevestig ik mijn overtuiging ‘doe maar geen moeite, ik blijf middelmatig, waardoor ik mijn omgeving laat zien dat dit mijn waarheid is’.

Wordt vervolgd…

Dag 458 snap mij dan!!!

Wat gebeurt er innerlijk in mezelf als ik denk dat ik fouten maak? Onder aan deze blog staat een link naar een lied.

In mijn vorige blog beschrijf ik dat ik in mezelf twijfels ervaar met betrekking tot mijn rol tijdens de ondersteuning van een deelnemer omdat ik aan mezelf twijfel of mijn ondersteuning goed genoeg is.

Mijn mind gedachten ‘of mijn ondersteuning goed genoeg is’ is ontstaan naar aanleiding van mijn jeugdervaring met situaties waarin ikzelf een vraag of de behoefte had aan ondersteuning van mensen uit mijn omgeving, omdat ik me nu realiseer, zie en begrijp dat ik als kind voorafgaand aan mijn vraag al verwachte dat mijn vraag genegeerd of bekritiseerd werd waardoor ik innerlijk onzekerheid en machteloosheid heb ervaren. Wat ik vervolgens ging denken was ‘snap mij dan’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken en van anderen te verwachten ‘snap mij dan’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken ‘ik ben niet goed genoeg’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb bij aanvang van mijn ondersteuning aan de deelnemer te denken dat de persoon mijn opvatting en manier van ondersteuning klakkeloos zal overnemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik bij aanvang van het traject van de deelnemer verwachtte om mijn raad en wat ik zeg zonder morren over te nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken dat de deelnemer zonder na te denken, niet kritisch mijn raad zou opvolgen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken dat de deelnemer mijn goed bedoelde raad zou opvolgen omdat ik van mening ben dat mijn idee over ‘de te volgen weg’, de persoon voordeel brengt.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat mijn ‘te volgen weg’ informatie en aspecten betreft van mezelf waarmee ik ‘goed voor de deelnemer wil zorgen’ en dus niet verwacht dat de deelnemer mijn inspanningen negeert en indirect bekritiseerd.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat de deelnemer afwijkend gedrag vertoont in relatie tot mijn veronderstelling ‘ik wil goed voor je zorgen’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik van mening ben dat ‘mijn goede zorg’ genegeerd wordt door de deelnemer.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik van de deelnemer verwacht dat de persoon zich aanpast aan mijn ideeën.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik niet genegeerd wil worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik van de deelnemer een coöperatieve, volgzame, onderdanige houding verwacht.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik de deelnemer wil ondersteunen vanuit mijn idee dat de deelnemer zich innerlijk gerespecteerd en gesteund ervaart.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik me als kind innerlijk niet gesteund heb ervaren, waardoor ik in mezelf gedachten heb aanvaard en toegestaan ‘mijn ouders houden niet van me als ik keuzes maak die afwijken van datgene wat zij voor ogen hebben.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik verwacht dat anderen zich niet aanpassen aan en inleven in datgene wat voor mij het beste is.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik van mening was dat mijn ouders aan mij moesten vragen ‘wat volgens mij voor mij het beste was’ of ‘wat heb je nodig’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik als kind aangepast, schuchter en bescheiden was om mijn behoeften kenbaar te maken uit angst voor kritiek op en afwijzing van mijn behoeften.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik mijn behoeften veroordeel door te denken dat ik niet goed genoeg ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken dat ik slecht ben en niet waard om mijn behoeften kenbaar te maken want daar wordt toch niet naar geluisterd door anderen.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb te denken ‘ik ben slecht en er wordt toch niet naar mij geluisterd’ en me vervolgens realiseer dat ik behoefte krijg aan alcohol.

Klik op deze link voor een lied wat mijn innerlijke beleving duidelijk omschrijft.

Wordt vervolgd.

Dag 457 Gestimuleerd worden.

Vanmorgen las ik een artikel met als titel ‘wijzig je woorden en verander je leven’.  Gevolgd door de subtitel ‘weet jij hoe taal een enorme impact heeft op jouw vooruitzichten en uiteindelijk op je succes’. Aangetrokken door deze oneliners las ik vervolgens de tekst.

De auteur vervolgt ‘met woorden beïnvloed je andere mensen, maar we vergeten soms dat de woorden die we kiezen ook effect hebben op onze eigen emotionele staat en daarmee op ons functioneren’. Mensen vragen me wel eens ‘welke woorden moet ik gebruiken of juist vermijden?’ Het maakt eigenlijk niet uit, zolang je erdoor gemotiveerd raakt. Je kunt aardige woorden gebruiken tegen jezelf, speelse taal of schuttingtaal. Het gaat vooral om het effect dat die woorden hebben. De woorden dienen congruent te zijn met het effect (lees: gemoedstoestand) dat je wilt bereiken’.

Ik realiseerde me dat ‘als we volgens deze tekst woorden kiezen die ons motiveren dat er ook woorden zijn die we kiezen die ons niet-motiveren’.

De auteur vervolgt ‘bedenk, dat wat je moet leren is datgene te vermijden waardoor je ongemotiveerd raakt, woorden die je frustreren of waardoor je opgeeft. Want de woorden die je koppelt aan je ervaring, worden de ervaring zelf. Word je hier bewust van.’ Want als je constant praat over dat je je ergens aan kan ergeren, dan wordt je ook geërgerd. In plaats van dat je er van uitgaat dat je niet geïnspireerd raakt en hier op een andere manier mee wilt omgaan. Als je eens echt boos wilt worden, maar je gebruikt woorden als ‘ik ben te lief’ of ‘ik kan niet onaardig zijn’, dan lukt dat niet zo goed om kwaad te zijn’.

Ik realiseer me vervolgens dat een van de patronen die ik in mezelf ontwikkelt heb is dat ik altijd aardig wilde zijn en niet boos wilde worden. Door vriendelijkheid en aangepast gedrag wilde ik realiseren dat ik door anderen gestimuleerd en door hen positief bekrachtigd werd naar aanleiding van mijn gedrag.  Omdat ik de energie van boosheid en agressie wilde vermijden, had ik mezelf ten doel gesteld om de goede vrede te bewaren/herstellen. Een gedachte die ik mezelf heb aanvaard en toegestaan was ‘Ik mag niet boos worden, omdat ik aversie/weerstand/frictie ontwikkelt had tegen boosheid’.

Deze mind gedachten zijn ontstaan naar aanleiding van mijn ervaring met situaties ‘als ik een vraag of de behoefte had aan ondersteuning van mensen uit mijn omgeving, dan verwachte ik vooraf dat mijn vraag genegeerd of bekritiseerd zou worden’. Ik realiseer me dat ik verlangde naar positief gedrag (koestering, aanmoediging, troost) van de mensen uit mijn omgeving. Vandaar mijn vriendelijke aangepaste ‘allemansvriendje’ gedrag.

Waar ik behoefte aan had, en ik heb hier echt goed over moeten denken, was dat mijn wensen en behoefte gehoord werden, dat ik positief gestimuleerd werd. Dat mijn wens in vervulling zou gaan dat er geen ruzie zou zijn in huis en dat óók de leerkrachten en vriendjes op school mij vriendelijk bejegende.

De auteur vervolgt ‘want woorden geven grip en controle op het functioneren van ons brein zodat je de emotionele staat oproept die je nodig hebt in een bepaalde situatie. De meeste mensen kiezen er uiteraard voor om zich goed te voelen. Je goed voelen is nu eenmaal fijner dan je slecht voelen’.

Ik realiseer me dat ik dacht ‘ik wilde me goed voelen waar ik mezelf innerlijk slecht, onzeker en angstig ervaarde’. Het belang die de auteur van deze tekst beschrijft is dat we ons bewust moeten worden van de taal en woorden die we kiezen. Omdat woorden onze gedachten, de relatie met onze geest bepalen, wat effect kan hebben óf heeft op ons handelen.

Ik realiseer me dus als ik me innerlijk slecht, angstig en onzeker ervaar, dan zal ik hier eerst naar moeten kijken en vervolgens in mijn schrijven hierop zelfvergeving toepassen.

Ik realiseer me dat ik primair participeerde in de negatieve energie van ‘ik ervaar me innerlijk slecht, angstig en onzeker’. Bij tegenslag ‘in situaties als ik iets positiefs wil realiseren’ innerlijk de neiging ervaar om deze negatieve energie weer op te zoeken door gedrag dat slecht is voor mezelf, hetgeen effect heeft op mijn handelen en op de relatie met mijn omgeving.

De auteur sluit af met de woorden ‘woorden zijn de sleutel tot verschuiving van je gedachten, je fysieke verandering en verbetering van je resultaten. Denk in het vervolg na wat je tegen jezelf zegt’. Een belangrijk doel voor mezelf betreft ‘voor-denken’, in plaats van nadenken’.

Ik stel mezelf ten doel dat ik bewustzijn van de woorden die ik vooraf aan bepaald gedrag denk gewaar wil worden. Hier zelfvergeving op uitschrijven om Gewaarzijn van de invloed van mijn mind/geest te ontwikkelen. Waarmee ik mijn primaire focus ‘dat ik me innerlijk slecht, onzeker en angstig ervaar, mij realiseer, zie en begrijp, dat ik ervoor kies dat ik participeer in deze energie, eerst ontdoe van negatief geladen energie. Hetgeen ontstaat uit negatief geladen woorden die mijn gedachten creëren’ en vervolgens mijn gedrag.

Wordt vervolgd met een situatie waarin ik iemand ondersteun die tegenstrijdig handelt aan datgene wat de persoon zichzelf ten doel stelt. Waarover wij gezamenlijke afspraken maken, die de persoon vervolgens niet uitvoert.

Ik realiseer me dat het gedrag van deze persoon een negatieve invloed heeft op mij. Nadat de persoon bij vijf afspraken onbereikbaar was, zowel telefonisch als fysiek, ervaar ik in mezelf onzekerheid omdat ik mezelf de vraag voorleg ‘wil ik de persoon verder ondersteunen?’ Dit roept weerstand in me op omdat ik wil begrijpen en weten waarom de persoon niet wil of kan meewerken. Omdat ik de persoon niet persoonlijk kan bereiken maak ik me zorgen over zijn proces omdat de persoon kans maakt op een gedwongen maatregel, die opgelegd kan worden door de overheid. Want de afspraken die we hebben gemaakt zijn erop gericht om dit te voorkomen.

Wat ik me realiseer is dat ik niet boos kan worden op de persoon. Het leidt wel tot innerlijke onzekerheid, spanning en frustratie. Omdat ik pieker en mezelf onbewust de schuld geef ‘dat het niet lukt wat ik met de persoon overeen ben gekomen’. Ik twijfel niet aan mezelf omdat ik alle afspraken ben nagekomen. Door me niet langer op dit probleem te willen richten, leidt dit tot alcohol gebruik. Ik ontken hiermee het probleem en vermijd dat ik zelf mijn afspraken uitvoer. Ik wordt door alcohol gebruik dus onverschillig (ik zorg slecht voor mezelf). Dit heeft ook fysieke gevolgen zoals last van diarree en depressie.

Ik realiseer me ‘wil ik de persoon ondersteunen, zal ik eerst mijn eigen frustratie onder ogen moeten komen’. Want waarom denk ik dat de persoon mij en mijn goed bedoelde inzet negeert? Want de persoon is toch zelf verantwoordelijk voor de keuzes die de persoon maakt op moment dat hij me negeert.

Ondanks dat de organisatie waarvoor ik werk zelfverantwoordelijkheid en zelfregie promoot, ervaar ik innerlijk weerstand tegen het credo ‘zelfverantwoordelijk zijn’. Want vormt dit voor mij aanleiding om de ondersteuning stop te zetten? Omdat ik me realiseer en denk dat hij mijn goed bedoelde inzet ontwijkt? Of omdat ik veronderstel dat de persoon mij en mijn inzet niet serieus neemt waardoor ik me innerlijk niet gezien en gehoord ervaar? Waar ligt de grens voor mij ‘wel of niet doorgaan met de ondersteuning?

Wordt vervolgd.