Dag 457 Gestimuleerd worden.

Vanmorgen las ik een artikel met als titel ‘wijzig je woorden en verander je leven’.  Gevolgd door de subtitel ‘weet jij hoe taal een enorme impact heeft op jouw vooruitzichten en uiteindelijk op je succes’. Aangetrokken door deze oneliners las ik vervolgens de tekst.

De auteur vervolgt ‘met woorden beïnvloed je andere mensen, maar we vergeten soms dat de woorden die we kiezen ook effect hebben op onze eigen emotionele staat en daarmee op ons functioneren’. Mensen vragen me wel eens ‘welke woorden moet ik gebruiken of juist vermijden?’ Het maakt eigenlijk niet uit, zolang je erdoor gemotiveerd raakt. Je kunt aardige woorden gebruiken tegen jezelf, speelse taal of schuttingtaal. Het gaat vooral om het effect dat die woorden hebben. De woorden dienen congruent te zijn met het effect (lees: gemoedstoestand) dat je wilt bereiken’.

Ik realiseerde me dat ‘als we volgens deze tekst woorden kiezen die ons motiveren dat er ook woorden zijn die we kiezen die ons niet-motiveren’.

De auteur vervolgt ‘bedenk, dat wat je moet leren is datgene te vermijden waardoor je ongemotiveerd raakt, woorden die je frustreren of waardoor je opgeeft. Want de woorden die je koppelt aan je ervaring, worden de ervaring zelf. Word je hier bewust van.’ Want als je constant praat over dat je je ergens aan kan ergeren, dan wordt je ook geërgerd. In plaats van dat je er van uitgaat dat je niet geïnspireerd raakt en hier op een andere manier mee wilt omgaan. Als je eens echt boos wilt worden, maar je gebruikt woorden als ‘ik ben te lief’ of ‘ik kan niet onaardig zijn’, dan lukt dat niet zo goed om kwaad te zijn’.

Ik realiseer me vervolgens dat een van de patronen die ik in mezelf ontwikkelt heb is dat ik altijd aardig wilde zijn en niet boos wilde worden. Door vriendelijkheid en aangepast gedrag wilde ik realiseren dat ik door anderen gestimuleerd en door hen positief bekrachtigd werd naar aanleiding van mijn gedrag.  Omdat ik de energie van boosheid en agressie wilde vermijden, had ik mezelf ten doel gesteld om de goede vrede te bewaren/herstellen. Een gedachte die ik mezelf heb aanvaard en toegestaan was ‘Ik mag niet boos worden, omdat ik aversie/weerstand/frictie ontwikkelt had tegen boosheid’.

Deze mind gedachten zijn ontstaan naar aanleiding van mijn ervaring met situaties ‘als ik een vraag of de behoefte had aan ondersteuning van mensen uit mijn omgeving, dan verwachte ik vooraf dat mijn vraag genegeerd of bekritiseerd zou worden’. Ik realiseer me dat ik verlangde naar positief gedrag (koestering, aanmoediging, troost) van de mensen uit mijn omgeving. Vandaar mijn vriendelijke aangepaste ‘allemansvriendje’ gedrag.

Waar ik behoefte aan had, en ik heb hier echt goed over moeten denken, was dat mijn wensen en behoefte gehoord werden, dat ik positief gestimuleerd werd. Dat mijn wens in vervulling zou gaan dat er geen ruzie zou zijn in huis en dat óók de leerkrachten en vriendjes op school mij vriendelijk bejegende.

De auteur vervolgt ‘want woorden geven grip en controle op het functioneren van ons brein zodat je de emotionele staat oproept die je nodig hebt in een bepaalde situatie. De meeste mensen kiezen er uiteraard voor om zich goed te voelen. Je goed voelen is nu eenmaal fijner dan je slecht voelen’.

Ik realiseer me dat ik dacht ‘ik wilde me goed voelen waar ik mezelf innerlijk slecht, onzeker en angstig ervaarde’. Het belang die de auteur van deze tekst beschrijft is dat we ons bewust moeten worden van de taal en woorden die we kiezen. Omdat woorden onze gedachten, de relatie met onze geest bepalen, wat effect kan hebben óf heeft op ons handelen.

Ik realiseer me dus als ik me innerlijk slecht, angstig en onzeker ervaar, dan zal ik hier eerst naar moeten kijken en vervolgens in mijn schrijven hierop zelfvergeving toepassen.

Ik realiseer me dat ik primair participeerde in de negatieve energie van ‘ik ervaar me innerlijk slecht, angstig en onzeker’. Bij tegenslag ‘in situaties als ik iets positiefs wil realiseren’ innerlijk de neiging ervaar om deze negatieve energie weer op te zoeken door gedrag dat slecht is voor mezelf, hetgeen effect heeft op mijn handelen en op de relatie met mijn omgeving.

De auteur sluit af met de woorden ‘woorden zijn de sleutel tot verschuiving van je gedachten, je fysieke verandering en verbetering van je resultaten. Denk in het vervolg na wat je tegen jezelf zegt’. Een belangrijk doel voor mezelf betreft ‘voor-denken’, in plaats van nadenken’.

Ik stel mezelf ten doel dat ik bewustzijn van de woorden die ik vooraf aan bepaald gedrag denk gewaar wil worden. Hier zelfvergeving op uitschrijven om Gewaarzijn van de invloed van mijn mind/geest te ontwikkelen. Waarmee ik mijn primaire focus ‘dat ik me innerlijk slecht, onzeker en angstig ervaar, mij realiseer, zie en begrijp, dat ik ervoor kies dat ik participeer in deze energie, eerst ontdoe van negatief geladen energie. Hetgeen ontstaat uit negatief geladen woorden die mijn gedachten creëren’ en vervolgens mijn gedrag.

Wordt vervolgd met een situatie waarin ik iemand ondersteun die tegenstrijdig handelt aan datgene wat de persoon zichzelf ten doel stelt. Waarover wij gezamenlijke afspraken maken, die de persoon vervolgens niet uitvoert.

Ik realiseer me dat het gedrag van deze persoon een negatieve invloed heeft op mij. Nadat de persoon bij vijf afspraken onbereikbaar was, zowel telefonisch als fysiek, ervaar ik in mezelf onzekerheid omdat ik mezelf de vraag voorleg ‘wil ik de persoon verder ondersteunen?’ Dit roept weerstand in me op omdat ik wil begrijpen en weten waarom de persoon niet wil of kan meewerken. Omdat ik de persoon niet persoonlijk kan bereiken maak ik me zorgen over zijn proces omdat de persoon kans maakt op een gedwongen maatregel, die opgelegd kan worden door de overheid. Want de afspraken die we hebben gemaakt zijn erop gericht om dit te voorkomen.

Wat ik me realiseer is dat ik niet boos kan worden op de persoon. Het leidt wel tot innerlijke onzekerheid, spanning en frustratie. Omdat ik pieker en mezelf onbewust de schuld geef ‘dat het niet lukt wat ik met de persoon overeen ben gekomen’. Ik twijfel niet aan mezelf omdat ik alle afspraken ben nagekomen. Door me niet langer op dit probleem te willen richten, leidt dit tot alcohol gebruik. Ik ontken hiermee het probleem en vermijd dat ik zelf mijn afspraken uitvoer. Ik wordt door alcohol gebruik dus onverschillig (ik zorg slecht voor mezelf). Dit heeft ook fysieke gevolgen zoals last van diarree en depressie.

Ik realiseer me ‘wil ik de persoon ondersteunen, zal ik eerst mijn eigen frustratie onder ogen moeten komen’. Want waarom denk ik dat de persoon mij en mijn goed bedoelde inzet negeert? Want de persoon is toch zelf verantwoordelijk voor de keuzes die de persoon maakt op moment dat hij me negeert.

Ondanks dat de organisatie waarvoor ik werk zelfverantwoordelijkheid en zelfregie promoot, ervaar ik innerlijk weerstand tegen het credo ‘zelfverantwoordelijk zijn’. Want vormt dit voor mij aanleiding om de ondersteuning stop te zetten? Omdat ik me realiseer en denk dat hij mijn goed bedoelde inzet ontwijkt? Of omdat ik veronderstel dat de persoon mij en mijn inzet niet serieus neemt waardoor ik me innerlijk niet gezien en gehoord ervaar? Waar ligt de grens voor mij ‘wel of niet doorgaan met de ondersteuning?

Wordt vervolgd.

 

Advertenties

Dag 429 alles komt goed

Naar aanleiding van mijn vorige blog realiseer ik me dat ik mij lange tijd bediend heb van de positief geladen slogan/gedachte – ‘alles komt goed’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik participeerde in deze positief geladen mindfuck en backchat om mijn angst voor kritiek niet te ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door mijn alles komt goed keuze negatief geladen energie van het karakter angst voor kritiek in mijzelf onderdrukt heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik positiviteit als alles komt goed rooskleurige gedachten vervolgens geïntegreerd heb in mijn mindbewustzijnssysteem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik alcohol gebruik als geïntegreerd onderdeel van mijn leven heb aanvaard en toegestaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik alcohol verantwoordelijk heb gemaakt voor mijn positief welzijn omdat ik door alcohol gebruik veronderstelde dat ik de negatieve energie van kritiek en onzekerheid niet langer voelde.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik dacht alles komt/kwam goed zodra ik alcohol gebruikte.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij door alcohol gebruik zelfverzekerd, positief, enthousiast en onbevangen voelde en profileerde in relatie tot mensen of binnen specifieke context waarin ik veronderstelde dat mijn welzijn kort daarvoor nog bedreigd werd waardoor ik mij onzeker voelde.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik kritiek had op mijn functioneren omdat ik mijn onzeker niet wilde voelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik goed genoeg mijn best deed om kritiek te vermijden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik kritiek op mijn inzet wilde vermijden omdat ik de negatieve energie van kritiek niet wilde ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de energie van kritiek als afwijzing van mijn Zelfoprecht heb ervaren omdat ik aspecten van kritiek in mijzelf heb aanvaard en toegestaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat een aspect van mijn gedachten waardoor ik kritiek ervaar gebaseerd is op negatieve informatie waardoor ik veronderstel ‘ik ben niet-kundig/onkundig’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik veronderstel ‘dat wat ik fysiek onderneem of in gang zet loopt gegarandeerd fout af’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik bang werd voor kritiek omdat ik dacht dat mensen mijn inzet zouden bekritiseren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik taken en bezigheden niet uitvoer of uitstel omdat ik veronderstel dat wat ik doe loopt fout af of gaat mis of is niet goed genoeg.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik ongenoegen ervaar zodra ik eraan denk dat ik taken wil uitvoeren, vaak uitstel omdat ik geen genoegen beleef aan de uitvoering ervan.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat mijn verwachting dat ik kritiek ervaar mij onzeker maakt waardoor ik taken vermijd.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in tegenstelling tot kritiek verlangde naar positieve complimenten en bevestiging.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar mensen zocht die begrip hadden voor mijn angst voor kritiek.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik met rooskleurig gedrag zocht naar positieve bevestiging.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijzelf rooskleurig profileerde omdat ik veronderstelde dat mijn voorstelling positief bevestigd werd omdat ik dacht dat mensen door mijn gedrag minder kritisch waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik begaafd werd dat ik mij rooskleurig profileerde als voorstelling om mijn angst voor kritiek te ontwijken. Als en wanneer ik van anderen positieve aandacht verlang, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij dat ik om aandacht vraag om mijn ongenoegen en angst voor kritiek te compenseren omdat positieve bevestiging van anderen mijn tekort aan zelfvertrouwen vervuld.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat mijn kunstmatig verworven zelfvertrouwen een bijdrage levert om mijn onderdrukte angst voor kritiek wat resulteerde in méér energie van kritiek niet te ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in mijn geest een kunstmatig rooskleurige realiteit veronderstel door middel van mijn gedachten.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik met mijn rooskleurige mind voorstelling positief gedrag creëerde en etaleerde, mijzelf profileerde als een rooskleurig plaatje waarmee ik mijn angst voor kritiek wilde maskeren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat mijn relatie met mijn verbeeldingswereld mijn strategie en manier werd om de relatie met mijn angst voor kritiek niet te ervaren en dus niet in de ogen te zien.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik anderen verantwoordelijk heb gemaakt voor mijn ongenoegen omdat ik enkel en alleen maar positief bevestigd wilde worden. Als en wanneer ik niet positief bevestigd wordt en energie van kritiek ervaar, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zodra ik in mijzelf energie van kritiek ervaar, positieve bevestiging, enthousiasme, spontaniteit en onbevangenheid die anderen in hun gedrag profileren wegduw, omdat ik dit gedrag  ervaar als te rooskleurig.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik te rooskleurig gedrag wantrouw.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard zodra mensen te rooskleurig gedrag manifesteren in mijzelf de energie van jaloezie en afgunst ervaar.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik te rooskleurig gedrag ervaar als dramatisch en overdreven waardoor ik vermoeid en verveeld raak.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat te rooskleurig gedrag mij droevig, onzeker en passief maakt, aanleiding is dat ik mensen wegduw omdat ik niet kritisch, onzeker, streng, twijfelend, geërgerd, wantrouwend of boos wil reageren omdat ik mijzelf positief en rooskleurig wil profileren. Als en wanneer ik mensen wegduw, dan Stop ik en Adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik in mijzelf angst voor kritiek en afwijzing heb aanvaard en toegestaan en afhankelijk werd van mijn positief geladen mind mantra ‘alles komt goed zodra ik alcohol nuttig’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat alcohol mijn maatje en middel werd waarmee ik mij rooskleurig, zelfverzekerd, onbevangen, enthousiast en spontaan kon profileren omdat ik niet langer de energie van kritiek en afwijzing wilde voelen. Als en wanneer ik alcohol wil nuttigen, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij dat alcohol niet het middel is waardoor ik in mijzelf geen angst en afwijzing ervaar want door alcohol gebruik verdwijnen deze nare gevoelens niet.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat mijn maatje alcohol mij effectief ondersteunde omdat ik door de hulp van alcohol letterlijk een knop voelde omspringen in mijn geest wat voor mij aanleiding was dat ik zelfverzekerd werd waardoor ik mij rooskleurig, enthousiast, spontaan en ongedwongen kon profileren.

Ik stel mijzelf ten doel dat ik begrip heb voor mensen die reageren vanuit emotie of nare gevoelens door naar hun verhaal te luisteren en de informatie in hun verhaal niet langer letterlijk op mijzelf wil betrekken.

Uit eigen ervaring weet ik dat binnen de verslavingszorg de negatieve sociale, psychische en fysieke gevolgen van teveel alcohol gebruik overbelicht worden.

Ik stel mijzelf ten doel dat ik mensen praktisch wil ondersteunen en niet uitvoerig over deze negatieve aspecten en oorzaken wil vertellen omdat ik mij realiseer, zie en begrijp dat door te veel informatie mijn mind weerstand en angst juist toenam. Want door mijn in mijzelf aanwezige onzekerheid en angst voor kritiek ging ik door deze over-load aan informatie juist meer nare negatieve gevoelens zoals spijt, schuld en schaamte ontwikkelen. En, met alcohol gebruik, zo wist ik, kon ik deze nare gevoelens ontwijken, onderdrukken en verdoven.

Ik stel mijzelf ten doel dat ik mensen effectief en begripvol kan ondersteunen door hen te vertellen dat zij hun alcohol gebruik gebruikt hebben als tijdelijke ondersteuning om hun misère, mind pijn, nare gevoelens en emoties die ontstaan uit gedachten en ervaringen, tijdelijk niet te ervaren, door deze met alcohol te ontwijken.

Voor praktische zelfhulp tools en effectieve ondersteuning klik hier.