Dag 375 aantrekkelijkheid betwijfelen

Het gaat er niet om wat je doet maar om wie bent in wat je doet. Ik had visite thuis en mijn gesprekspartner vroeg mij waarom ik de kunstwerkjes die ik maak niet tentoonstel tijdens een expositie. Ik vind jouw werken mooi vervolgde mijn gesprekspartner en dat mag jij best tonen aan anderen. Wat mij vervolgens naar aanleiding van deze woorden te binnen schoot en mijn antwoord op deze vraag was ik heb deze werkjes gemaakt om mijzelf te uiten en wil mij naar buiten toe niet als kunstenaar profileren. Ik denk zo vervolgde ik dat ik te bescheiden ben.

Bescheidenheid is een karaktertrek of gedrag. Wie bescheiden is, stelt zichzelf of zijn verwezenlijkingen voor als klein en nederig, zonder veel verdienste. Bescheidenheid kan gezien worden als een deugd.

Hoewel bescheidenheid zeker gelijkaardig is aan nederigheid, zijn ze niet synoniem. Bescheidenheid kan misschien best gezien worden als een demonstratie van nederigheid, die even goed van iemand die helemaal niet nederig is kan komen.

Het tegenovergestelde is arrogantie.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik denk dat ik te bescheiden ben en denk dat ik niet verlang naar aandacht omdat ik mijn werkjes niet wil promoten, niet overeen komt met wie ik ben in de momenten als ik schilder of iets teken, is wat ik doe als ik mijn werk creëer, ook delen en aspecten van mijn mind manifesteer op een manier, hetgeen ik manifesteer aansluit bij mijn behoefte; namelijk ik vind het fijn en leuk om mijzelf op deze wijze te uiten, niets te maken heeft met hoe anderen vinden wat ik doe, veronderstelt dat wat ik doe niet fijn is om te doen omdat ik dan denk dat ik dat doe om anderen te plezieren en tevreden te stemmen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij niet wil profileren op een manier door mijn werkjes te exposeren omdat ik denk dat ik te bescheiden ben, mijn behoefte om mij fysiek te uiten veroordeel vanuit mijn veronderstelling dat ik dit doe om positieve aandacht te trekken omdat ik deze aandacht nodig heb om mij te bevestigen in wat ik doe, doe om mijzelf positief te profileren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij kleiner maak dan tot wie ik in staat ben in wat ik fysiek in mijn creatieve uiting manifesteer niet berust op naar positieve aandacht en bevestiging van anderen verlangen, door mijn gedachten in mijn mind, ook mijn fysieke doe creatie proces veroordeel omdat ik veronderstel dat mijn werk tonen veronderstelt dat ik arrogant ben omdat ik mijn fysieke zelfexpressie onderschikt maak aan mijn gedachten omdat ik denk dat ik de indruk kan wekken dat ik mij profileer omwille van de bevestiging dat ik bevestigd wil worden door anderen dat ik goed ben in wat ik doe, los staat van wie ik ben als ik doe tijdens het creëren, in wezen mijn fysiek doen wat ik leuk vind manifesteer en deze ervaring mij niet aanzet om te veronderstellen dat ik wat ik doe, doe omwille van de mening van anderen want tijdens dit proces ben ik een met mijn fysiek Gewaarzijn dat creëert als weerspiegeling van het moment van een en gelijk zijn met mijn fysiek.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik denk dat ik te bescheiden ben uit angst voor het commentaar dat ik krijg op mijn werkjes.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard wie ik was tijdens de creatie van mijn werkjes mij voldoening gaf op een manier dat ik rust heb ervaren door te creëren uit de realiteit in hier kon ontsnappen in mijn geest kon wroeten hetgeen tot uiting komt in mijn werkjes, mijn creatie waaraan mijn gesprekspartner voldoening ontleend omdat zij mijn werk bestempeld in woorden dat zij mijn werk inspirerend vind, twijfels ervaar omdat ik niet inzie waarom ik mijn werk zou mogen promoten betitel op een manier dat ik denk ik ben daar te bescheiden voor, getuigt van bescheidenheid of te weinig zelfvertrouwen om mijn werk wel te exposeren.

Als en wanneer ik door een opmerking van iemand twijfel aan mijn capaciteit hetgeen ik creëer in mijn werk de woorden van de ander betwijfel waardoor ik mij realiseer dat ik mijn zelfvertrouwen ondermijn, dan stop ik en Adem.

Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik de woorden van een ander die positief zijn bedoeld betwijfel.

Ik stel mijzelf ten doel dat ik wat een ander goed vind aan wat ik deed, verbeeld in mijn werken mag accepteren als dat de ander mijn werk waardeert volgens haar maatstaaf niet moet betwijfel maar in mijzelf mag aanvaarden en mijzelf toestaan dat ik de opinie van een ander mag waarderen als oprecht gemeend, zonder de pretenderen dat wat ik moet doen betwijfel omdat de ander dit wat ik gemaakt heb waardeert volgens haar inzicht terecht verondersteld dat wat ik maak mooi is en inspirerend.