Dag 237 Mijn Irritatie in Relatie tot Geluid.

Afbeeldingsresultaat voor irritatie in relatie tot geluid

In mijn vorige blogs beschrijf ik dat ik last heb van geluiden en met name de geluiden die door andere mensen geproduceerd worden. Misofonie is vooral de afkeer van geluiden die door (andere) mensen geproduceerd worden, zoals mond- en keelgeluiden (smakken, slikken, ademen, neus ophalen, etc). Ook geluiden als typen op een toetsenbord, klikken met een pen en lopen met hakken op een harde vloer zijn veelvoorkomende triggers. Over het algemeen zijn het onschuldige, zachte geluiden.

De emoties die worden opgeroepen zijn vaak dermate heftig, dat mensen die aan misofonie lijden hun triggers zoveel mogelijk vermijden. Dit kan tot gevolg hebben dat zij zich steeds meer gaan isoleren.

Wanneer mensen met misofonie getriggerd worden, treedt er eerst een fysieke reactie op, gevolgd door een emotionele reactie. Een fysieke reactie kan zijn: warm krijgen, transpireren en hoge hartslag. Het brein van mensen met misofonie reageert met een vecht- of vluchtreactie omdat het geluid als bedreigend wordt gezien. Het is een reflex waarover men geen controle heeft.

Misofonie (letterlijk: haat van geluid, van het Griekse μῖσος (misos) “haat” en φωνή (phónè) “stem, geluid”) is een nog vrij onbekende neurologische aandoening waarbij bepaalde dus neutrale geluiden heftige gevoelens van walging, haat, of woede oproepen. Bij de meeste mensen met misofonie worden deze gevoelens ook opgewekt bij het zien van repeterende bewegingen.

Afgelopen week had ik een nare reactie op geluid. Iemand was chips aan het eten wat mij enorm triggert. Ik realiseer me dat eet geluiden in combinatie met smakken mij boos maakt. In tegenstelling tot mijn stiltecoupé ervaring besloot ik nu om de chips-soundproducer aan te spreken met het verzoek of het geluid iets minder kon. Ja natuurlijk, ik zal het proberen was de reactie. Oké, zo dacht ik opgelucht, opgelost. Pfff.

Ik realiseer me dat ik mezelf had kunnen stoppen in dit moment.

Ik realiseer me dat ik door geluid geïrriteerd kan raken en dat deze irritatie ergens is ontstaan.

Ik realiseer me dat mijn vader nadat hij een TIA had gehad enorm kon smakken. Mijn vader was daarvoor streng, kritisch en alert gefocust op mijn tafelmanieren zo ook geluiden. Dit toonde hij in zijn mimiek en lichaamshouding. Ik begreep dat door de TIA zijn nekspier-reflexcontrole verminderd was. Ik had begrip voor het feit dat hij nadien meer geluid produceerde waardoor ik voorbij ging aan mijn irritatie die in reactie op de geluidsproductie van mijn vader wél aanwezig was.

Ik realiseer me dat ik op geluidproductie en mijn lichaamshouding boos, respectloos en zonder begrip en uitleg tijdens eten aan tafel gecorrigeerd werd. Tijdens en vooraf aan gezellige samenzijn momenten wist ik (alert, waakzaam, oplettend) was ik gefocust op stress.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik op eet-geluiden geïrriteerd kan reageren.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik fysiek irritatie ervaar door eet-geluiden.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik vervolgens woede, onbegrip, onmacht, irritatie en walging ervaar.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik vervolgens in mezelf boze woorden spreek.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik uit onmacht in mezelf woorden heb aanvaard en toegestaan in reactie op de agressieve correcties van mijn vader.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik vanuit mind programma reageer op chips-eten smakgeluiden geproduceerd door een kind.

Ik realiseer me dat ik kritisch waakzaam reageer op eet geluiden in combinatie met tafelmanieren/houdingen.

Ik realiseer me dat ik me als voortdurend gecorrigeerd worden ervaar tijdens samen eten momenten.

Ik realiseer me dat ik tijdens samen eten momenten waarin mensen die tafelmanieren niet respecteren vervolgens woedend wordt.

Ik realiseer me dat ik in mijn mind beleving afwijkende houdingen/lichaamstaal en geluidmaatstaf in mezelf heb aanvaard en toegestaan.

Als en wanneer ik me bewust ben van een gedachte/reactie die extern getriggerd wordt door een eet, smak of afwijkende houding “Ik Nee zeg en Stop en doorAdem”.

Ik stel mezelf ten doel dat ik door adem en nadien begrip vraag voor mijn reactie door hier respectvol Zelfvergeving op toe te passen en mijn bewust geworden gedachten vervolgens zal uitschrijven.

Ik realiseer me dat ik op mijn reactie op chips-geluid vervolgens werd aangesproken op het feit dat ik kort daarvoor zelf chips etend geluid geproduceerd heb. Ik werd nadat ik het kind had aangesproken ‘zelf’ door een ander gecorrigeerd.

Aan deze externe correctie werd de uitspraak “jij meet met twee maten” toegevoegd. Ik was verbaasd en dacht ‘huh’, ‘wat zeg je me nu’ vanwege het feit dat ik me niet bewust was van mijn ‘chips-sounds’. Hierdoor voelde ik onheus bejegend.

Vanuit deze bejegening, die ik als in mezelf aanvaard en toegestaan, ervaar als kritiek en afwijzing heb ik vervolgens gereageerd met de opmerking ‘idioot’. Oeps.

wordt vervolgd…

Advertenties

Dag 198 Egocentrisme versus opvoeding.

In een gesprek met mijn partner bespreken we een artikel waarin beschreven staat dat egocentrisme bij kinderen in de leeftijdsfase van 09 – 12 over gaat naar sociaal gedrag. Dat kinderen in deze fase leren reflecteren op eigen gedrag en dit vergelijken met de situatie waarin zij leven of met dat van hun speelvriendjes. 

Het materiaal om mee te vergelijking wordt aangereikt uit de waarden en normen die ouders en opvoeders / het systeem vanuit het startpunt dat sociaal wenselijk het kind inzicht aanreikt zoals systeem conventies voorschrijft. 
Iets buiten jezelf bepaalt dus in feite hoe wenselijk gedrag gemeten wordt. Via de ouders die tot nu hun grote voorbeeld zijn geweest en hun normen en waarden overdragen, zijn nu de leeftijd- en speelgenoten belangrijker geworden. 

Zo’n groep bestaande uit leeftijdgenoten, noemen we een peergroep. Dit kan de klas zijn, maar ook een vriendengroep of een sportgroep. Het kind wil in de groep geaccepteerd worden en dus voldoen aan de groepsnormen. Tegelijkertijd wil het zich aantrekkelijk maken door zich te onderscheiden van de anderen. Dit gebeurt onder andere door het dragen van bepaalde kleding, een apart soort verzameling of uitblinken op sportief gebied. Maar de kinderen hebben hun voorbeelden die ze vanuit egocentrisme leven geobserveerd van hun opvoeders. Dus wat is dan Zelfoprecht?

In deze periode ontwikkelen kinderen dus echte vriendschappen. Ze hebben elkaar nodig en geven elkaar raad en troost. Meisjes vertonen deze intimiteit sterker dan jongens. Maar wat is het eigenlijke startpunt van Zelfoprecht zijn vraag ik me af?


Tijdens het gesprek met mijn Buddy (zie blog 197) bespreek ik dat mijn gedachten / herinneringen in Hier zijn die nu aanleiding vormen om te onderzoeken. Wat het startpunt van de ander A is die iets over zijn persoonlijke pijn verteld – iets over zijn proces – dat deze terug gereduceerd wordt tot een klinische ingreep en het doel van de ander – B – hierin – de ander dus – centraal staat. De ander zoals ik beschrijf in de vergelijking die mensen krijgen uit opvoeding vanuit systeem voorschrift. 

Ik ervaar dit alsof de bereidheid om elkaar onvoorwaardelijk te steunen afwezig is want er bestaat nog onduidelijkheid over elkaars bijdrage. Ik sta niet langer centraal in dit gesprek waarin ook ik graag richting wil geven, omdat ook ik in de veronderstelling ben dat mijn startpunt beter aansluit bij dit van A, dus van een ander. Ik ben verantwoordelijk voor mijn mind en mijn zelfreflectie op mezelf. 

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik de inzet van een ander veroordeel en afmeet aan mijn eigen belang.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat het belang van een ander haar of zijn eigen verantwoordelijkheid voor onderzoek.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat mijn richting nooit richting bepalend is voor het proces van een ander.

Ik realiseer me dat de voorbeelden van mij van mezelf zijn die ik observatie heb overgenomen. 

Ik realiseer me ook dat ik eerst mijn eigen mind zal onderzoeken alvorens ik dit als startpunt aan een ander kan voorleven. 

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben de gedachte dat mijn startpunt beter aansluit bij een ander.

Ik vergeef mezelf toegestaan en aanvaard te hebben dat ik denk dat mijn startpunt ook maar enigszins kan aansluiten bij dat van een ander terwijl ik zelf nog volop vanuit mijn mind beweeg.

Ik realiseer me door Zelfvergeving toe te passen op mijn reacties die ik uitspreek vanuit mijn mind – gevoelens, emoties en gedachten, ik verantwoordelijk ben voor mijn proces waarvoor ik zelf kies.

Ik realiseer me dat anderen die dit proces niet wandelen handelen vanuit hun eigen startpunt dat voor mij  niet mag dienen als ijkpunt waaraan ik afmeet dat mijn startpunt beter aansluit bij dit van een ander. Ieder ander bepaalt wat het beste is voor zichzelf.