Dag 447 Why I did not liked my mister nice guy image.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard nadat ik ontdekte dat de behoefte om ‘aardig te zijn’ voortkwam en komt uit angst van binnen, als waarheid van mijzelf, dat anderen achter ‘mijn onoprechte’ waarheid zouden komen. Zie vorige blog.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij schaamde voor mijn zelfoneerlijkheid wat ik manifesteerde en projecteerde als imago/personage naar anderen toe.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij verstopte achter mijn  ‘geprojecteerde presentatie van aardig-zijn’ om de zelfoneerlijke waarheid binnenin ‘als zelf’ te verbergen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik ‘aardig’ wilde zijn en door iedereen aardig gevonden willen worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik leefde in schuld en schaamte vanwege zelfonoprechtheid in mijzelf.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik niet wou dat ‘anderen de werkelijke waarheid zouden kennen die binnenin mij als mijzelf zelf bestaat/bestond’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij realiseer zie en begrijp dat ik een geprojecteerd beeld van ‘aardigheid’ projecteerde om mijzelf en anderen te bedriegen door ze te laten denken/geloven dat ik was/ben zoals het geprojecteerde beeld terwijl de echte waarheid binnenin mij verborgen lag/ligt achter de zelfonoprechte projectie van ‘aardig zijn’.

Ik zie en begrijp nadat ik oprecht naar binnen ging kijken bij mezelf ten opzichte van de degene tegen ik wie ik opzettelijk aardig ben dat er in mijzelf een oordeel, jaloezie en een mezelf vergelijken was/is ten aanzien van de ander.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard als ik in de aanwezigheid van de ander ben het beeld van ‘aardig’ zijn projecteer om door te kunnen gaan met de zelfonoprechtheid binnen mezelf.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard als ik aardig zijn projecteer in mijzelf gelijktijdig de energie van schuldgevoel ervaar.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in mijzelf de energie van schuldgevoel manifesteer omdat ik weet wat er in mij omgaat ten opzichte van de ander en omdat het in mij bestaat – bang ben dat het net zo met mij gedaan wordt door een ander, vanwege mijn geaccepteerde en toegestane onzekerheden en minderwaardigheidsgevoelens in en als van mezelf.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik het ‘aardig zijn’ beeld projecteer, vanuit angst, dat wat ik doe gedaan zal worden met mij in en door die ander.

Dus, de praktische toepassing: elke keer dat ik mij realiseer dat ik ‘aardig’ ben tegen een ander – in mezelf observeer wat het is dat ik accepteer en toesta in mezelf ten opzichte van die ander. Hierop pas ik zelfvergeving toe en stop met het van mezelf accepteren en toestaan dat ik ‘aardig wil zijn’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard uit angst voor dat wat ik in mijzelf accepteer en toesta in mezelf naar een ander, omdat ik veronderstel dat een ander dat in zichzelf ten opzichte van mij kan doen.

Realisatie: bang zijn dat dat wat ik mezelf toesta en accepteer, mij door een ander wordt aangedaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat wat ik mijzelf toesta mij door een ander wordt aangedaan. Als en wanneer ik een ander verantwoordelijk maak voor mijn reacties, stop en adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik aardig ben tegen een ander om mijn tekort aan waardering te verbergen, aardig willen zijn projecteer uit angst dat de ander mijn tekort aan waardering niet opmerkt waardoor ik mij niet zelfverzekerd voel. Als en wanneer ik niet zelfverzekerd ben, stop en adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik gewaardeerd wil worden, uit angst om niet gewaardeerd te worden voor mijn bijdrage, een zelfonoprecht beeld van aardig zijn projecteer. Als en wanneer ik een zelfonoprecht beeld van aardig willen zijn projecteer, stop en adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik een beeld van aardigheid op de ander projecteer vanuit mijn veronderstelling dat ik in plaats van kritiek, waardering, erkenning of knuffels (affectie) krijg.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat zodra mijn aardigheid onbeantwoord blijft de ander vervolgens bekritiseer of negeer. Als en wanneer ik bij gebrek aan positieve aandacht (waarnaar ik verlang) twijfel aan mijzelf, stop en adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik als kind als de waarneming van mijzelf de boodschappen van mijn ouders als dubbele boodschappen geïnterpreteerd heb, die naar buiten toe een positief beeld van aardigheid projecteerde, in hun gedrag dat ik waarnam richting hun klanten, maar binnenskamers de negatieve energie van chagrijnig, verbaal- (en fysiek) agressief en kritisch zijn projecteerde tegen elkaar en tegen mij. Als en wanneer ik door gedrag van anderen in mijzelf verwarring ervaar, stop en adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in mijzelf angst heb gemanifesteerd ten opzichte van gedrag van anderen wat ik waarneem als onvoorspelbaar (dubbele boodschappen). Als mensen onaardig zijn, stop en adem. Ik realiseer mij zie en begrijp als mensen onaardig zijn dat ik van hen verlang dat zij vriendelijk en aardig zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik aardig en vriendelijk wil zijn uit angst voor de angst van afwijzing die ik in mijzelf geaccepteerd heb in relatie tot mijn interpretatie en de manier waarop ik het gedrag en communicatie van mijn ouders beoordeeld heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard wat ik in mijzelf accepteer en toesta naar een ander, dat een ander dat in zichzelf ten opzichte van mij kan doen. Als en wanneer ik uit angst voor afwijzing aan mijzelf twijfel, stop en adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf mijn bang zijn heb toegestaan en aanvaard uit angst voor dubbele boodschappen, angst energie manifesteer in mijzelf, waardoor ik mijzelf toesta en accepteer, dat mijn twijfel en onzekerheid mij wordt aangedaan door anderen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat zodra mijn aardigheid genegeerd wordt veronderstel dat de ander bazig doet en autoritair waardoor ik veronderstel dat de ander mij zijn autoriteit opdringt. Als en wanneer ik aan gedrag van anderen autoriteit en macht over mij toeken, stop en adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik uit angst voor afwijzing, aan de energie van afwijzing macht en autoriteit toeken, die mij beheerst. Als en wanneer de energie van macht en autoriteit mij negatief beïnvloed, stop en adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard als ik veronderstel zodra ik kalm en vriendelijk (aardig) mijn argumenten communiceer, en als mijn vriendelijke en aardige communicatie in de communicatie van de ander genegeerd wordt met de opmerking ‘er is geen oplossing voor dit vraagstuk’ dat ik mij realiseer zie en begrijp dat ik zonder onderbouwing en argumentatie van redenen voor deze keuze, vervolgens veronderstel dat de ander geagiteerd, (geprikkeld), chagrijnig, autoritair en bazig is in zijn feedback, waardoor ik denk dat de ander dat in zichzelf opzettelijk doet ten opzichte van mij, waarbij ik mij niet realiseer, zie en begrijp dat dit mijn interpretatie is, informatie betreft uit herinneringen, wat ik in mijzelf heb toegestaan en aanvaard. Als en wanneer ik door mijn interpretatie veronderstel dat de ander negatief communiceert ten opzichte van mijn argumenten, stop en adem.

Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik van anderen verlang dat zij hun keuzes onderbouwen en toelichten met voor mij positieve relevante en begrijpelijke argumenten. Als en wanneer ik van anderen positieve en geweldloze communicatie verlang, stop en adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik tegengesteld aan positieve aardige feedback negatieve boodschappen heb ervaren als verwarrend.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik uit angst om mijn angst voor afwijzing van mijn behoeften te communiceren, mijn behoeften heb ingeslikt en daarvoor in de plaats aardig werd om te voorkomen dat mijn angst voor afwijzing en verwarring werd getriggerd, die is ontstaan uit mijn interpretatie die ik toegekend heb aan dubbele boodschappen. Als en wanneer ik de richting die ik wil gaan aanpas aan negatieve of afwijzende communicatie van anderen, stop en adem.

Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik verlang naar eenduidigheid want dubbele boodschappen maken mij onzeker wat ik als verwarrend ervaar.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn behoeften en woorden heb ingeslikt uit angst voor gevaar want als ik wel kwetsbaar was/ben en mijn argumenten wel communiceer, vervolgens automatisch afwijzing, chagrijnige, geïrriteerde, agressieve of bazig autoritaire reacties verwacht, wat ik associeer met een gevoel van onveiligheid. Als en wanneer ik mij onveilig voel, stop en adem.

Ik realiseer mij dat ik uit angst voor verlies van mijn gevoel van veiligheid, wat is ontstaan door mijn interpretatie van dubbele boodschappen, waardoor ik mij onvoldoende beschermt en onveilig voelde, ongerust was/werd over de reactie van anderen, heb besloten om mijn behoeften en angst niet te communiceren, omdat ik mij niet kan herinneren dat mijn ouders mij ooit hebben gevraagd hoe ik mij voelde en wel te horen kreeg hoe ik mij volgens de communicators van dubbele boodschappen moest gedragen.

Ik stel mijzelf ten doel dat ik mijn principes die mij richting geven niet langer verloochen of onderdruk om de goede vrede te bewaren.

Dag 446 Mister nice Guy

Ik ontdekte dat de behoefte om ‘aardig te zijn’ voortkomt uit een angst van binnen en als zelf dat anderen achter ‘de onoprechte’ waarheid’ van zelf komen en vervolgens gebruik je de zelfoneerlijkheid als een ‘geprojecteerde presentatie van aardig-zijn’ om de zelfoneerlijke waarheid binnenin en als zelf, te verbergen.

Dus – mensen die ‘aardig’ zijn en door iedereen aardig gevonden willen worden, leven in schuld vanwege zelfonoprechtheid in zichzelf. Ze willen niet dat ‘anderen de werkelijke waarheid kennen die binnenin en als hen zelf bestaat’ en manifesteren daarom een geprojecteerd beeld van ‘aardigheid’ om anderen te bedriegen door ze te laten denken/geloven dat ze zijn zoals het geprojecteerde beeld – terwijl de echte waarheid binnenin is verborgen achter de zelfonoprechte projectie van ‘aardig zijn’.

Bijvoorbeeld: kijk eens naar binnen bij jezelf ten opzichte van de degene tegen wie je aardig/opzettelijk aardig bent en je zult zien dat er in jou een oordeel, jaloezie, een jezelf vergelijken is ten aanzien van de ander. En omdat je in de aanwezigheid van de ander bent projecteer je het beeld van ‘aardig’, om door te kunnen gaan in en met de zelfonoprechtheid binnen jezelf en als jezelf (terwijl je aardig bent tegen hen en dan natuurlijk weer vanwege schuldgevoel).

Schuldgevoel omdat je weet wat er in je omgaat ten opzichte van de ander en omdat het in je bestaat – je bent bang dat het net zo met jou gedaan wordt door een ander, vanwege je eigen door jou geaccepteerde en toegestane onzekerheden en minderwaardigheidsgevoelens in en als jezelf. En dan zul je het ‘aardig zijn’ beeld projecteren, vanuit angst, dat wat jij doet met een ander in jou, gedaan zal worden met jou in en door die ander. Dus, de praktische toepassing: elke keer dat je je realiseert dat je ‘aardig’ bent tegen een ander – observeer in jezelf wat het is dat je accepteert en toestaat in jezelf ten opzichte van die ander. Pas zelfvergeving toe en stop en hierbij pas je dan zelfvergeving toe voor het van jezelf accepteren en toestaan dat je ‘aardig wilt zijn’ uit angst voor dat wat je accepteert en toestaat in jezelf naar een ander, dat een ander dat in zichzelf ten opzichte van jou kan doen. Bang zijn dat dat wat jij jezelf toestaat en accepteert, jou wordt aangedaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik aardig ben tegen een ander.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik aardig ben tegen een ander om mijn tekort aan waardering te verbergen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik gewaardeerd wil worden, uit angst om niet gewaardeerd te worden voor mijn bijdrage, een zelfonoprecht beeld van aardig zijn projecteer.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik een beeld van aardigheid op de ander projecteer vanuit mijn veronderstelling dat ik in plaats van kritiek waardering, erkenning of knuffels (affectie) krijg.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat zodra mijn aardigheid onbeantwoord blijft de ander vervolgens bekritiseer of negeer.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik als kind dubbele boodschappen kreeg van mijn ouders die naar buiten toe een beeld van aardigheid projecteerde richting hun klanten en binnenskamers chagrijnig, verbaal en fysiek agressief en kritisch tegen elkaar en tegen mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in mijzelf angst heb gemanifesteerd ten opzichte van onvoorspelbaar (dubbele boodschappen) en gedrag van mijn ouders.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik aardig wil zijn en tolerant uit angst voor de angst die ik in mijzelf geaccepteerd heb in relatie tot mijn interpretatie en de manier waarop ik het gedrag en communicatie van mijn ouders beoordeeld heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard voor dat wat ik in mijzelf accepteer en toesta naar een ander, dat een ander dat in zichzelf ten opzichte van mij kan doen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf mijn bang zijn heb toegestaan en aanvaard, dat dat (de angst voor dubbele boodschappen) die ik mezelf toesta en accepteer, mij wordt aangedaan door anderen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat zodra mijn aardigheid genegeerd wordt veronderstel dat de ander bazig doet en autoritair waardoor ik veronderstel dat de ander mij zijn autoriteit opdringt.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard als ik kalm en vriendelijk (aardig) mijn argumenten communiceer, die in de communicatie van de ander genegeerd worden met de opmerking ‘er is geen oplossing voor dit vraagstuk’, zonder onderbouwing en argumentatie van redenen voor deze keuze, dat ik vervolgens veronderstel dat de ander geagiteerd, (geprikkeld), chagrijnig, autoritair en bazig is in zijn feedback, denk dat de ander dat in zichzelf doet ten opzichte van mij, waarbij ik mij niet realiseer, zie en begrijp dat dit mijn interpretatie is, informatie betreft uit herinneringen, wat ik in mijzelf heb toegestaan en aanvaard.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik van anderen verlang dat zij hun keuzes onderbouwen met voor mij relevante en begrijpelijke argumenten.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik tegengestelde boodschappen heb ervaren als verwarrend.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik uit angst om mijn angst voor afwijzing van mijn behoeften te communiceren, mijn behoeften heb ingeslikt en daarvoor in de plaats aardig werd om te voorkomen dat mijn angst voor afwijzing en verwarring werd getriggerd, die is ontstaan uit mijn interpretatie die ik toegekend heb aan dubbele boodschappen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik verlang naar eenduidigheid omdat dubbele boodschappen mij onzeker maken en verward.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn behoeften en woorden heb ingeslikt uit angst voor gevaar want als ik wel kwetsbaar was/ben en mijn argumenten wel communiceer, vervolgens automatisch afwijzing, chagrijnige, geïrriteerde, agressieve of bazig autoritaire reacties verwacht, wat ik associeer met een gevoel van onveiligheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik uit angst voor verlies van mijn gevoel van veiligheid, wat is ontstaan door mijn interpretatie van dubbele boodschappen, waardoor ik mij onvoldoende beschermt en onveilig voelde, ongerust was/werd over de reactie van anderen, heb besloten om mijn behoeften en angst niet te communiceren, omdat ik mij niet kan herinneren dat mijn ouders mij ooit hebben gevraagd hoe ik mij voelde en wel te horen kreeg hoe ik mij volgens de communicators van dubbele boodschappen moest gedragen.

Dag 445 vulnerability

Als ik gespannen ben omdat ik niet weet hoe iets zal verlopen, dan verwacht ik steevast kritiek of commentaar. Deze gevoelens ontstaan omdat ik niet weet hoe anderen reageren op mijn verzoek of bijdrage. Door deze onzekerheid begin ik niet aan een taak of slik mijn woorden in omdat ik vooraf niet weet hoe anderen zullen reageren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik uit angst voor kritiek mijn behoeften lange tijd niet kenbaar heb gemaakt.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik uit angst voor kritiek en afwijzing het verschrikkelijk vond om mijn kwetsbaarheid te tonen waardoor ik het liefst zou wegvluchten uit een situatie en vervolgens wilde wegduiken in een hoekje of ging terugtrekken onder mijn dekbed.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard om mijn gevoelens van onrust in de vorm van irritatie, jaloezie en frustratie te onderdrukken ging ik alcohol gebruiken, waardoor ik alles om mij heen perfect kon maken en controleren want bij een teveel aan drank kon ik zelf beslissen om te stoppen. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door gebrek aan informatie over de afloop van hoe zaken of contact met mensen zullen verlopen niet weet hoe anderen mij beoordelen waardoor de controle ontbreekt. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik gespannen ben als ik vooraf niet weet hoe iets zal verlopen of hoe mensen op mij reageren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik tijdens een moeilijk gesprek of als ik iets nieuws probeer of iets doe waarbij ik mij ongemakkelijk voel, de energie van angst voor kritiek ervaar.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door alcohol gebruik de energie van kritiek of afkeuring, tijdelijk niet ervaar.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik van anderen positieve bevestiging en naar goedkeuring verlang.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik dit gevoel van onzekerheid ook ervaar wanneer ik denk dat het allemaal te goed gaat of als ik denk wat ik doe niet goed genoeg is (gedachte patronen: het is toch nooit goed wat ik doe, ik ben niets waard, ik voel mij zo’n mislukkeling).

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik veronderstel dat mijn bijdrage onbelangrijk is, zodra anderen afwijken van mijn beeld/verwachting/verlangen. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar goedkeuring snak en erkenning verlang voor mijn beeld/visie/mening omdat ik gehoord en gezien wil worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard zodra mensen mijn standpunt delen denk dat ik serieus en met respect bejegend wordt.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door anderen Ge-Liked wil worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij ondergeschikt maak aan de mening en visie van anderen waardoor ik de reactie van mijn collega/partner(s)/ouders persoonlijk maak en hun andere kijk op zaken op mijzelf betrek.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard zodra zij/de anderen door hun afwijkende visie afwijken van mijn behoefte naar externe erkenning deze afwijkende mening ervaar als kritiek.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik kritiek ervaar alsof ik terecht wordt gewezen voor mijn bijdrage waardoor ik het gedrag van hen ervaar alsof zij betere mensen zijn en in hun leven wel geslaagd zijn en superieur ten opzichte van mij in relatie tot de gedachte patronen die ik in mijzelf heb aanvaard en toegestaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij in het verleden zou aanpassen aan anderen en bij voorkeur weg zou kruipen in een donker hoekje omdat ik dit gedrag niet kan duiden of begrijpen waardoor ik mijn argumenten en behoeften heb ingeslikt.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik bij de ervaring van de energie van kritiek in mijzelf vervolgens dacht ‘ik ben het niet waard mijn behoeften zijn onbelangrijk’; met tot gevolg dat ik mij extreem ging aanpassen om de goede vrede te bewaren, uit angst voor méér kritiek en om kritiek te vermijden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat mijn gedachten mij waarschuwde om vooral niet mijn gevoelens of behoeften te tonen, want ik stelde me voor dat anderen mij vervolgens zouden negeren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik verzuimd heb om mijn behoeftes uit te spreken.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn leven lang bezig was om mijn kwetsbaarheid te ontvluchten en te omzeilen. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik dacht ‘zeg maar niets’ mijn motto werd waardoor ik dacht ‘ik los het zelf maar op’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door niets te zeggen op een voor mij respectabele manier aan mijn afkeer van onzekerheid en emotionele blootstelling ben gekomen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door te zwijgen begon om mijn vaardigheden op het vlak van het ontduiken van kwetsbaarheid te ontwikkelen en verfijnen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik uitstelgedrag heb ontwikkelt om mijn behoeften te communiceren.

In de loop der tijd heb ik allerlei personages geprobeerd, van de lieve vriendelijke jongen, met zijn aangepaste gemanierde gedrag, tot zelfstandig ondernemer, die alert was en toezag dat zijn medewerkers klantvriendelijkheid, kleding regels en hygiëne voorschriften accuraat lees perfect uitvoerde, van gezellige kroegtijger tot perfecte biljarter en minnaar in bed.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat alles perfect moest zijn in mijn ogen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn gevoel van eigenwaarde heb ontleend aan een perfecte buitenkant, waarvoor ik gewaardeerd werd, in de vorm van mijn kleding en mijn haar die er perfect uitzagen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik uit angst voor kritiek op mijn uiterlijk als dit niet perfect was zoals ik veronderstelde dacht ‘zo niet, dan ging ik niet de deur uit’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik daarnaast bijdehand was en kritiek had op uiterlijk of gedrag van mensen over de manier waarop zij hun woorden en gedrag uitkozen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat alles moest gaan volgens mijn hoge eisen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat al die personage strategieën  gebaseerd waren op het zelfde principe: ik houd iedereen op veilige afstand en ik zorg dat ik altijd een uitweg heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat een excuus hebben of kritiek op hoe anderen zich gedragen onderdeel werd van mijn repertoire. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat alles wat ik deed was gebaseerd op het verwerven van positieve aandacht, prestige en een gevoel van voldoening in mijzelf.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik na wat omwegen het besluit nam dat ik mensen die kwetsbaar zijn wilde ondersteunen om oplossingen te zoeken voor hun problemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik jaloers was op mensen die zelfverzekerd zijn en succesvol.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij inferieur heb gemaakt en ondergeschikt aan de goedkeuring van anderen door middel van uiterlijk vertoon, verbaal sterke argumenten, smoesjes  en uitstel gedrag om taken en afspraken te volbrengen en mij met behulp van alcohol afhankelijk heb gemaakt, waardoor ik mij zelfverzekerd voelde, en het gebruik van dit middel heb aanvaard en toegestaan om mijn negatieve gevoelens van jaloezie, ongenoegen, angst voor kritiek en eenzaamheid blijvend te voeden met als resultaat dat ik deze negatieve mind gedachten patronen en aspecten die daaruit ontstaan onderdrukt heb  (gedachte patronen: het is toch nooit goed wat ik doe, ik ben niets waard, ik voel mij zo’n mislukkeling).

Wordt vervolgd….

 

 

Dag 444 angst voor waardering

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de inbreng van mijn collega bekritiseer, zonder uitleg, overleg en inzicht in zijn argumenten. Als en wanneer ik de bijdrage van mijn collega bekritiseer, dan Stop ik en Adem. Zie voor context vorige blog.

Maar waarom ervaar ik in mijzelf de energie van kritiek naar aanleiding van de manier waarop mijn collega zijn boodschap communiceert? 

Kritiek volgens mijn interpretatie: mijn bijdrage is onbelangrijk, ik wil gehoord worden, serieus en met respect bejegend worden. Ik maak de reactie van mijn collega persoonlijk. Met name de blik in zijn ogen deed mij denken aan de woorden afgunst en jaloezie die in mijn bewustzijn zichtbaar werd. Alsof ik terecht wordt gewezen voor mijn bijdrage en het gedrag van mijn collega ervaar alsof hij superieur is ten opzichte van mij. In het verleden zou ik mij aanpassen en bij voorkeur weg kruipen in een donker hoekje omdat ik dit gedrag niet kan duiden of begrijpen en daardoor mijn argumenten en behoeften naar begrip en aandacht heb ingeslikt. Ik was het niet waard en onbelangrijk. Met tot gevolg dat ik mij extreem ben gaan aanpassen om de goede vrede te bewaren, uit angst voor méér kritiek.

Kritiek volgens het woordenboek: ernstige kritiek hebben op mij als mens, het negatief analyseren en beoordelen van de kwaliteit van mijn plannen, het noemen van fouten, kritiek leveren ‘zeggen wat fout is’, aanwijzing van gebreken, afkeuring, benard, dreigend, wat het leven bedreigd. Met kritiek bedoelt men de beoordeling van een bepaalde toestand, door deze aan bepaalde criteria, waarden en normen te toetsen. Wanneer iemand kritiek levert, betekent dat, dat hij een bepaald gedrag, een beslissing, instelling, prestatie of gegeven niet zomaar accepteert, maar het naar zijn maatstaven beoordeelt. Door kritiek te leveren wil men de betreffende persoon op iets attent maken en hem ertoe bewegen van instelling of gedrag te veranderen. Maar kritiek kan ook bedoeld zijn om iemand te kwetsen en te vernederen.

Ieder mens is op de reacties (‘feedback’) van anderen aangewezen, wil hij te weten komen hoe zijn gedrag en zijn uitlatingen op anderen overkomen. De kritische respons van anderen is een belangrijke maatstaf voor het schatten van het eigen handelen. Door oprechte en opbouwende kritiek leert men hoe men het eigen gedrag zou kunnen aanpassen en aan welke aspecten men nog moet werken. De kritische reacties en stimulerende opmerkingen van anderen hebben/hadden grote invloed op de/mijn prestaties op school en het succes op het werk. Feedback kan tot zelfreflectie aanzetten en tot prestaties aanmoedigen. In reactie op mijn collega werd ik aangemoedigd of om weg te duiken in een donker hoekje, wat ik in eerste instantie ook heb gedaan.

Nadat ik gereflecteerd heb op mijn reactie kwam ik tot het inzicht dat ik de reactie van mijn collega als kritiek op mijn functioneren heb ervaren. Door de blik in zijn ogen voelde ik mij vernederd. Zijn gedrag heb ik ervaren alsof ik in een benaderde positie werd gedrongen waaruit ik op dat moment geen uitweg wist. Ik voelde mij onveilig en heel klein. Het kind in mij dat geen andere manier kon bedenken dan mij aan te passen aan mijn gevoel van onveiligheid waardoor ik mij terugtrok achter de pc in mijn kantoor ruimte.

In wezen heeft mijn collega mij mijn angst en de energie van en voor kritiek, door deze gebeurtenis bewust ervaren, door het gedrag van mijn collega, als de energie van kritiek in mijzelf aanvaard en toegestaan, hernieuwd laten ervaren. Wanneer ons gedrag of onze uitlatingen op vernederende of afbrekende wijze afgekeurd worden, voelt men zich al gauw persoonlijk aangevallen.

Vooral als men veel waarde hecht aan het oordeel van de betreffende persoon, kan de kritiek hard aankomen en iemand onzeker maken. Want vooraf aan mijn vraag om gebruik te maken van de pc in het werkgebied van collega had ik al het idee dat hij niet akkoord zou gaan met mijn verzoek. Ik realiseer mij zie en begrijp dat Zwaarwegende kritiek invloed heeft op mijn gedachten ‘ik verwacht vooraf kritiek’, de energie van kritiek betreft mijn mind veronderstelling, hetgeen ik heb aanvaard en toegestaan als mijn bewustzijn wat vervolgens mijn gedrag, gevoel en emoties behoorlijk kan aantasten/beïnvloeden. In het verleden zou ik weg zijn gegaan en had het bijltje erbij neergegooid. Ook deze keuze heb ik overwogen. Dit patroon van wegvluchten kenmerkt mijn levensloop. De consequentie van mijn handelen had tot gevolg dat ik veel in gang heb gezet en projecten heb gerealiseerd. Door mijn abrupte vertrek, tot gevolg had dat ik uiteindelijk met lege handen stond. Weer een verlies ervaring rijker.  

Ik trok mij meer aan van kritiek dan dat ik naar lovende woorden luisterde. Zelfs als ik het gevoel heb/had dat de kritiek ongerechtvaardigd of overdreven is en degene die het oordeel geeft niet echt serieus te nemen is, bleven deze opmerkingen toch langer hangen waardoor ik vaak aan mijzelf ging twijfelen. Ik ben/was bang voor kritiek omdat deze kwetsend kan zijn en mij onzeker kan maken.

Vorige week had ik kerstviering op mijn werk. Vooraf was ik zenuwachtig en had migraine. Ik verwachte namelijk dat ik publiek bedankt zou worden (lovende woorden zou ontvangen). Dit bleek later, deze week zo te zijn. Ik had mij namelijk afgemeld. Mijn teamleider overhandigde mij een envelop met cadeaubonnen als dank voor mijn inzet en toewijding aan mijn taken. Hij zei erbij dat het zijn bedoeling was geweest om mij in bijzijn van collega’s naar voren te roepen (tijdens de kerstviering) en deze blijk van waardering (van het gehele team) daar uit te spreken. Mijn reactie: ‘ik ben blij dat ik er niet bij was, want ik wil niet op de voorgrond staan’. Ik vertelde hem dat deze manier (in zijn kantoor één op één) ‘past mij beter’. Want ik wil mij niet profileren in bijzijn van een grote groep collega’s. Deze ingetogen manier past beter bij mij’.

Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik een blijk van waardering en erkenning krijgen, in bijzijn van anderen, mij onzeker maakt. Het bevat namelijk een risico. Dit omdat ik publiek óók de energie van kritiek nog steeds in mijzelf ervaar. Als kind werd ik in bijzijn van mijn klasgenoten uitgelachen en bekritiseert door de juf. Ik zie dat complimenten en waardering nog steeds kan omslaan in de ervaring van kritiek die ik zo gewend ben en mij eigen heb gemaakt. Hierdoor denk ik nog steeds dat ik negatief beoordeeld kan worden. Werk aan de winkel.

In relatie tot mijn teamleden (ik heb inmiddels de rol van coördinator aanvaard) bemerk ik dat, ook al is kritiek gerechtvaardigd, vaak de positieve aspecten van hun inzet, van wat iemand doet of zegt, te weinig belicht. Ik probeer wel en ben beried de ander te helpen en hen duidelijk te maken dat kritiek opbouwend is bedoeld. Omdat ik in mijzelf nog steeds de energie van kritiek bespeur reflecteer ik op mijn mind om na te gaan of ik zelf wel opbouwende kritiek lever en onderwerp mijn opmerkingen aan de volgende vragen:

‘Is mijn kritiek altijd bedoeld om de ander te ondersteunen en te stimuleren en op mogelijkheden van verandering te wijzen?

Of wil ik óók mijn irritaties en agressie, mijn slechte humeur of eigen frustraties ventileren?

Is mijn kritiek werkelijk oprecht bedoeld en zakelijk van inhoud? Of wil ik eigenlijk de ander stiekem onderuithalen? zie link

Wordt vervolgd…

  

Dag 443 Met elkaar overleggen.

Naar aanleiding van een gebeurtenis op mijn werk heb ik een gesprek gehad met een collega in bijzijn van mijn teamleider en zijn leidinggevende. Wij hebben gezamenlijk besproken, gekeken, nagedacht en overwogen hoe wij constructief kunnen samenwerken. Wij hadden overleg met elkaar.  

Vooraf aan dit gesprek had ik richting bepaald en mij voorgenomen dat ik tijdens dit gesprek  zonder vooroordeel zou luisteren naar de argumenten van elkaar met respect voor elkaars argumenten vanuit mijn overtuiging dat de ander iets voor hem/haar belangrijks te melden heeft. Ik had mijzelf ten doel gesteld ‘ik luister naar de argumenten van de ander(en). 

Gedurende dit gesprek werd mij duidelijk dat de aanwezigheid van mij en mijn teamleden binnen het werkgebied van mijn collega, weerstand oproept bij hem, omdat gemaakte afspraken ‘de momenten dat wij gebruik kunnen maken van faciliteiten binnen zijn werkgebied’ voor hem onduidelijk waren. Zie vorige blog.

Tijdens het gesprek was ik rustig en beheerst en liet mij niet verleiden door de beschuldigingen van mijn collega. Hij noemde mij een leugenaar want mijn verhaal kwam niet overeen met zijn versie. Ik benoemde de inhoud (concrete werkafspraken) en heb hiervoor meetbare argumenten aangedragen in overeen stemming met de afspraken die er al waren. Zo bleek tijdens het gesprek dat deze afspraken voor mijn collega niet duidelijk waren. Hij voelde zich overrompelt door onze komst binnen zijn werkgebied. Na zijn uitleg, en mede door dit overleg, werd mij duidelijk waar voor hem de schoen wringt.

Realisatie: ‘door zijn uitleg heb ik begrip voor zijn reactie’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de inbreng van mijn collega bekritiseer, zonder uitleg, overleg en inzicht in de argumenten van mijn collega. Als en wanneer ik de bijdrage van mijn collega bekritiseer, dan Stop ik en Adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de bijdrage of mening van anderen bekritiseer omdat ik geen oog heb voor hun bijdrage.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik bij afwijkende argumenten denk ‘jij bent ongeschikt voor deze functie (collega) of zoals ik vroeger dacht.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik bij afwijkende gedrag, anders dan wat ik voor ogen had, van mening was dat zij ongeschikt waren als ouder, juf of andere mensen waarvan ik dacht dat zij mij of mijn bijdrage belachelijk maakte.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij meer geschikt achtte dan anderen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijzelf als mens en gedrag profileer als ‘geschikt – perfect’ en gedrag van de ander ‘als’ ongeschikt – ondeugdelijk.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door ruzie en conflict tussen mijn ouders gedachten heb aangeleerd en dacht ik zal het beter gaan doen dan jullie, waardoor ik de energie van conflict heb veroordeeld als negatief. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik van mening was dat zij ongeschikt waren om voor mij te zorgen, want ik dacht ‘jullie bekritiseren elkaar voortdurend en naar buiten toe zijn jullie vriendelijk.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij door hun schreeuwerige, onvriendelijke en agressieve communicatie onveilig voelde en dacht dat zij elkaar niet respecteerde als mens.  

Als en wanneer ik de energie van kritiek ervaar, dan Stop ik en Adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik na de gebeurtenis met mijn collega overwogen heb om te stoppen met mijn werk.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij in zijn bijzijn, door zijn schreeuwerige, agressieve en onvriendelijke gedrag, onveilig en niet gerespecteerd voelde.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door zijn houding ging twijfelen of ik geschikt ben om, om te gaan met conflictsituaties.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij niet gerespecteerd voelde omdat mijn collega mijn verzoek tot overleg in mijn bijzijn besprak met andere collega’s waardoor ik dacht ‘mijn visie/ervaring wordt niet meegenomen in jouw verhaal.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik dacht ‘jij bent niet oprecht en schijnheilig’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vervolgens dacht zelfs de collega’s waartegen jij jouw verhaal doet, bevragen mij niet, waardoor ik in hen ook potentiele vijanden zie, omdat ik niet bevraagd wordt, en van uitleg en overleg wordt uitgesloten, omdat ik mij door de energie van kritiek die ik mij Gewaar werd in mijzelf, ging afsluiten voor overleg, uitleg, dialoog en open ‘Geweldloze’ communicatie. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard zodra ik veronderstel ‘als’ ik door collega’s wel gesteund en gehoord wordt, dan wordt ik serieus genomen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik meer vertrouwen heb in mensen die vriendelijk zijn, en een voorkeur heb ontwikkelt voor en focus op mensen die de energie van vriendelijkheid uitstralen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard omdat ik de energie van conflict in mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik veronderstel dat vriendelijkheid ook ieder moment kan omslaan in vijandigheid, zodra ik dit in mijzelf, bij/door de ander waarneem in zijn/haar mimiek en toonhoogte, wat ik interpreteer als agressieve communicatie.  

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door de energie van conflict in mijzelf, gedrag van anderen veroordeel, en veronderstel dat ik door gedrag van anderen geïntimideerd wordt.

Als en wanneer ik in mijzelf de energie van conflict Gewaar ben, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat de energie van twijfel over de oprechtheid en vriendelijkheid van mensen mijn Zelfoprechte vriendelijkheid en Zelfoprechtheid negatief beïnvloed.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik twijfel aan de oprechtheid van mensen als zij vriendelijk zijn omdat vriendelijkheid voor mij een dubbele boodschap bevat omdat ik de energie van conflict en agressie in mijzelf onderdruk. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vriendelijkheid associeer met gedrag dat ieder moment kan omslaan in vijandigheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de gedachte had om mijn collega op te wachten om hem een pak slaag te geven.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn gevoelens van vijandigheid onderdruk achter een masker van vriendelijkheid omdat ik gevoelens van schaamte ervaar als ik eraan denk dat ik met agressie mijn gevoelens van conflict wil rechtvaardigen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik iemand fysiek geweld wil aandoen omdat ik in mijzelf de energie van boosheid en haat gevoelens onderdruk heb, die ik mij Gewaar werd naar aanleiding van de boosheid en haat die ik waarnam in de ogen van mijn collega. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de energie van boosheid en haat in mijzelf heb toegestaan naar aanleiding van de momenten waar ik samenwerkte met mijn vader en van hem vaak kritiek kreeg op mijn bijdrage.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat tijdens mijn werk toen mijn stinkende best deed om gerespecteerd te worden en dat ik mijn gedachte dat ik niet gerespecteerd werd, omdat ik veronderstelde dat alles wat ik deed, daar vervolgens kritiek op volgde.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in mijzelf gedachten heb toegestaan en veronderstelde dat overleg en dwang om mee te werken in de zaak vanzelf sprekend werden, terwijl mijn vriendjes gezellig samen aan het spelen waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik een hekel kreeg aan samenwerken, want samenwerken is niet gezellig, en daarnaast wordt mijn bijdrage tóch nooit gewaardeerd.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vervolgens andere manieren ging zoeken om wel waardering te ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij heb aangepast aan de energie van conflict en verwarring, die ik in mijzelf onderdrukt heb omdat er geen overleg was over de manier van samenwerken.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijzelf negatief evalueerde omdat ik geen uitleg kreeg voor de beweegredenen van mijn vader end act dat alles wat ik doe toch negatief wordt beoordeeld door hem. 

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij aangepast heb en onderworpen aan de wisselende (agressieve stemmingswisselingen van mijn vader) en angst heb ontwikkelt voor kritiek omdat ik dacht dat mijn bijdrage en mijn zijn als Zelfoprecht fysiek wezen werd betwijfeld.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik daarnaast de angst voor waardering in mijzelf heb aanvaard en toegestaan omdat ik dacht dat ik niet perfect, als mens mislukt was en minderwaardig, in mijzelf de energie van onzekerheid heb ontwikkelt omdat ik veronderstelde dat mijn Zelfoprechte waardigheid en mens-zijn niet werd gerespecteerd.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 442 overleggen en samenwerken

Naar aanleiding van de reactie van een collega op mijn werk zie ik wat er in mijzelf gebeurt. Ik realiseer mij tijdens deze gebeurtenis, waarin ik met mijn collega wil overleggen, een patroon: ‘als’ ik wil overleggen, dat ik vooraf aan mijn verzoek al denk dat mijn verzoek vervolgens resoluut wordt afgewezen. In mijn vorige blog sluit ik af: ‘als en wanneer ik in mijzelf de energie van verwarring manifesteer naar aanleiding van de manier waarop iemand mij openlijk bekritiseert, dan Stop ik en Adem.

Als en wanneer ik vooraf aan mijn verzoek om overleg te hebben in mijzelf de energie van twijfel en de emotie angst ervaar, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik deze energie van verwarring in mijzelf manifesteer omdat ik denk dat mijn verzoek resoluut wordt afgewezen.

De betekenis van overleggen volgens het woordenboek: gezamenlijk bespreken, kijken naar, nadenken, overwegen, praten, met iemand bespreken, raadplegen, iets met elkaar bespreken; ‘ze overlegde met elkaar’.

Mijn betekenis: naar elkaar luisteren zonder vooroordeel, respect hebben voor elkaars argumenten, luisteren naar de ander vanuit de overtuiging dat de ander iets (voor hem/haar) belangrijks te zeggen heeft, de mening van de ander respecteren, die mening is even belangrijk als de mijne.

Daarom realiseer ik mij dat ik vooraf aan het overleg met mijn collega denk: ‘mijn voorstel om gebruik te maken van de pc binnen zijn werkgebied wordt door hem resoluut afgewezen’.

Hierin herken ik een patroon, mind gedachten die ik mij heb aangeleerd: ‘mijn voorstel of inbreng wordt bekritiseerd of belachelijk gemaakt’. Mijn gevoel/emotie/ waaruit gedachten ontstaan is: ‘uit angst voor kritiek en afwijzing probeer ik om de goede vrede te bewaren’. Mijn gedrag: ‘binnen situaties waarin ik mij angstig voelde om mijn bijdrage te leveren, vaak mijn woorden ingeslikt heb om de energie van kritiek en afwijzing in mijzelf te vermijden/ontwijken. Vaak ben ik weggelopen als mensen het oneens waren met mij omdat ik niet heb geleerd hoe ik assertief mijn argumenten communiceren. Dit vluchtgedrag heeft voor veel ellende en teleurstellingen gezorgd.  

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik onvoldoende oprecht, vooraf aan het verzoek aan mijn collega, de aspecten die de energie van twijfel en angst in mijzelf manifesteren, niet onder ogen ben gekomen, waardoor mijn verzoek niet Zelfoprecht is. Als en wanneer ik een voorstel wil doen op basis van de energie van angst en twijfel, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat mijn twijfel en angst gemanifesteerd worden door mijn veronderstelling ‘dat mijn verzoek niet wordt aangehoord’ waardoor ik denk dat anderen mij niet serieus nemen’.  

Als en wanneer ik vooraf aan een verzoek in mijzelf verwarring en twijfel bespeur, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik om verwarring te voorkomen vaak ben weggevlucht waardoor ik relaties, zowel privé als zakelijk, veronachtzaamd heb. Hierdoor manifesteerde ik in mijzelf, door verlieservaringen en teleurstelling, meer energie van twijfel en angst, waardoor ik mijn competenties en talent ondermijnd heb.  De gedachten dat mijn bijdrage bekritiseerd werd riep in mij weerstand op en frictie. In wezen stemde ik in met mijn veronderstelling dat anderen mijn bijdrage afwezen. Nu ik dit opschrijf voel ik fysiek mijn hart en onderbuik gevoelens in mijn nek kloppen.

Als en wanneer ik denk dat gedrag van anderen aanleiding is dat ik twijfel of angst ervaar om mijn voorstel tot overleg te communiceren, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik mensen bekritiseer die mij mijn twijfel tot overleg spiegelen als woorden en gedachten ‘jij deugd niet want jij neemt mij niet serieus’.

Als en wanneer ik de inbreng van anderen bekritiseer omdat zij afwijken van mijn plan, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp als ik de bijdrage of mening van anderen bekritiseer, geen oog heb voor hun bijdrage en denk ‘jij bent ongeschikt voor deze functie (collega) of zoals ik vroeger dacht, ongeschikt als ouder, juf of andere mensen waarvan ik dacht dat zij mij of mijn bijdrage belachelijk maakte.

Als en wanneer ik mij meer geschikt acht dan een ander, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik mijzelf als mens en in mijn gedrag profileer als ‘geschikt – perfect’ en gedrag van de ander ‘als’ ongeschikt – ondeugdelijk. Bij ruzie en conflict tussen mijn ouders heb ik mij deze gedachten aangeleerd. Ik dacht jullie zijn niet geschikt om voor mij te zorgen. Jullie bekritiseren elkaar voortdurend en naar buiten toe zijn en doen jullie vriendelijk. Ik voelde mij onveilig en niet gerespecteerd als mens.  

Als en wanneer ik de energie van kritiek ervaar, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik na de gebeurtenis met mijn collega overwogen heb om te stoppen met mijn werk. In zijn bijzijn voel ik mij niet langer veilig. Ik ga twijfelen of ik geschikt ben om, om te gaan met conflictsituaties. Ik realiseer mij omdat mijn collega mijn verzoek tot overleg bespreekt met andere collega’s, waardoor ik denk ‘mijn visie/ervaring wordt niet meegenomen in jouw verhaal, jij bent niet oprecht en schijnheilig’. Zelfs die collega’s waartegen jij jouw verhaal doet, bevragen mij niet, waardoor ik in hen ook potentiele vijanden zie.

Als en wanneer ik veronderstel als ik door collega’s wel gesteund en gehoord ben, dan wordt ik serieus genomen, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat ik meer vertrouwen heb in mensen die vriendelijk zijn, en focus op mensen die de energie van vriendelijkheid uitstralen, wat ieder moment kan omslaan in dreiging of vijandigheid in mimiek en toonhoogte.  

Als en wanneer ik door gedrag van anderen geïntimideerd wordt, dan Stop ik en Adem. Ik realiseer mij zie en begrijp dat de energie van twijfel over de oprechtheid en vriendelijkheid van mensen mijn angst voor vriendelijkheid en oprechtheid negatief beïnvloed. Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik twijfel over de oprechtheid van mensen als zij vriendelijk zijn omdat vriendelijkheid voor mij een dubbele boodschap bevat. Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vriendelijkheid associeer met gedrag dat ieder moment kan omslaan in vijandigheid in mimiek, toonhoogte en of fysiek geweld.

Nieuwe realisatie: Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de gedachte had om mijn collega op te wachten om hem een pak slaag te geven. Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn gevoelens van vijandigheid onderdruk achter een masker van vriendelijkheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik afspraken wil maken op mijn werk waarvan ik denk dat collega’s deze afspraken óók accuraat naleven en zodra zij afwijken van deze/mijn norm in mijzelf verwarring ervaar omdat de situatie voor mij dan niet langer veilig en overzichtelijk blijkt.

Net als in mijn vorige blog realiseer ik mij dat ik naast Zelfvergeving op de energie van verwarring, angst en twijfel, met de informatie die ik mij realiseer vervolgens richting kan bepalen.

Ik heb zelfs overwogen om te stoppen met werken binnen deze setting. Ik heb mijzelf in mijn vorige blog ten doel gesteld dat ik nadat ik mijn teamleider over deze gebeurtenis heb gemaild niet kan verwachten dat er een gesprek plaats vind tussen mijn collega, mij en de teamleider. Ik ga dit voorstel wel doen. 

Welke consequentie ik hieraan verbind is mij nog niet duidelijk. Gewaarzijn wat ik heb ontwikkelt naar aanleiding van deze gebeurtenis is dat ik mijn angst, twijfel en verwarring onder ben gekomen in deze blogs. Dat ik iemand fysiek geweld wil aandoen in mijn gedachten, daar schrik ik van naast dat het oplucht dat ik deze energie van boosheid en haat (die ik zag in de ogen van mijn collega) onder ogen ben gekomen in deze blog.

Het thema overleggen en samenwerken bevat nog andere aspecten namelijk dat ik tijdens samenwerken met mijn vader vaak kritiek kreeg op mijn bijdrage. Ik doe mijn stinkende best om gerespecteerd te worden en daar krijg ik kritiek op. Thuis werd ervan mij , zonder overleg, verwacht (dwang) dat ik meewerkte in de zaak terwijl mijn vriendjes gezellig samen aan het spelen waren. Werken was niet gezellig en werd volgens mij niet gewaardeerd.

Vervolgens ben ik andere manieren gaan zoeken om waardering te ervaren. Die zal ik hier nog niet bespreken. Aan de energie van conflict en verwarring (die ontstond omdat er geen overleg en uitleg was) heb ik mij aangepast en aan onderworpen.

Ik realiseer mij dat ik ook toezeggingen heb gedaan, die ik later heb bijgesteld of uitgesteld (procrastination).

Wordt vervolgd.

Stil A Honest Way to Go. 🙂  

Bedankt!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 441 Zelfvergeving

Naar aanleiding van de reactie van een collega op mijn werk zie ik wat er in mijzelf gebeurt. Als ik wil overleggen met hem, (dan) wijst hij resoluut mijn verzoek af. Ik vraag hem of een cliënt gebruik mag maken van een pc binnen het werkgebied waar hij werkt, waarbinnen wij (ons team) als collega’s ook gebruik maken van specifieke faciliteiten zoals pc’s.

Ik realiseer mij naar aanleiding van deze gebeurtenis – overleggen – een patroon in mijzelf, namelijk, ‘als’ ik overleg al denk dat mijn verzoek ‘dan’ resoluut wordt afgewezen.    

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan het verzoek dat ik voor ogen heb aan mijn collega, in mijzelf energie van twijfel en de emotie angst ervaar, omdat ik denk dat mijn verzoek resoluut wordt afgewezen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik onvoldoende oprecht, vooraf aan het verzoek aan mijn collega, de aspecten die de energie van twijfel en angst in mijzelf manifesteren, niet onder ogen ben gekomen, waardoor mijn verzoek niet Zelfoprecht is, maar doe op basis van de energie van angst en twijfel omdat ik denk dat mijn verzoek niet wordt aangehoord.  

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan mijn verzoek veronderstel dat mijn collega mijn verzoek zal afwijzen, waardoor ik in mijzelf verwarring ervaar, veroorzaakt wordt door mijn gedachten, die mij belemmeren om Zelfoprecht met hem in gesprek te blijven, omdat ik in mijzelf de energie van afwijzing ervaar (niet gehoord worden veronderstel), en naar aanleiding van mijn verzoek zijn reactie afwijkt van dat wat ik voor ogen heb, ‘ik wil dat jij instemt met mijn verzoek, ondanks mijn angst en twijfel’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij vooraf aan dit verzoek een ervaring herinner aan een onverwacht moment, waarin deze collega in bijzijn van cliënten mijn werkwijze/begeleiding/ondersteuning bekritiseerde, nadat hij ongevraagd commentaar gaf op mijn manier van handelen.

Zelfvergeving op deze vorige ervaring.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van het gedrag van mijn collega zijn inbreng ervaar als bemoeienis en kritiek op mijn aanpak.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik achteraf dacht: ‘jij deugd niet’ want jij ondermijnt mijn positie en rol als begeleider waardoor ik mij onveilig voel.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van zijn reactie denk ‘jij bent als mens ongeschikt om binnen deze setting te werken’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn collega als mens ongeschikt vind voor de rol die hij vervult binnen deze setting omdat ik mij naar aanleiding van zijn reactie onveilig voel nadat hij zich bemoeit met mijn interventie omdat ik zijn gedrag ervaar alsof hij kritiek heeft op mij als mens.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard als ik in mijzelf de energie van kritiek ervaar dan vervolgens denk dat ik niet deug als mens.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van de reactie van mijn collega denk dat hij mijn inzet belachelijk maakt waardoor ik in mijzelf verdriet en gevoelens van onzekerheid ervaar en begin te twijfelen over mijn geschiktheid en rol als begeleider.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik veronderstel als ik door mijn collega gesteund en gehoord wordt dat ik geslaagd/geschikt/perfect ben als mens en begeleider.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijzelf door de reactie van anderen laat intimideren en mijn geschiktheid laat bepalen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de opvatting van mijn collega als kritiek en bemoeienis opvat/interpreteer.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik bij een reactie waarbij ik kritiek veronderstel van mening ben ‘ik voldoe niet aan jouw norm, dus ik ben ongeschikt volgens jou’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard nadat de cliënten weg waren, met mijn collega in gesprek ben gegaan en zijn handelen richting mij in bijzijn van cliënten heb veroordeeld.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik onder invloed van deze negatieve energie in overleg ga met de vraag ‘dat wij in het vervolg samen overleggen zodra ik gebruik wil maken van een pc binnen zijn werkgebied’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan een volgend verzoek twijfel aan mijn collega omdat ik veronderstel dat mijn collega geen gehoor geeft aan mijn verzoek.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan dit verzoek in mijzelf verwarring ervaar, omdat ik bang ben voor de reactie van mijn collega, zelfs nadat er overleg heeft plaats gevonden met de teamleiding, omdat ik twijfel aan de oprechtheid van mijn collega nadat hij de toezegging heeft gedaan dat wij (mijn collega’s en ik) in overleg met hem samen kunnen besluiten om wel of niet gebruik te maken van de pc binnen zijn territorium/werkgebied.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan mijn verzoek om medewerking twijfel aan de oprechtheid en bereidheid van mijn collega om samen te overleggen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik verward ben nadat mijn collega mijn verzoek afwijst en tegen hem zeg dat ik het niet eens ben met zijn besluit, dat ik geen gebruik mag maken van de pc binnen zijn werkgebied, omdat hierover met de teamleiding afspraken zijn gemaakt.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik verdrietig wordt als ik mijn collega tegen andere collega’s hardop hoor zeggen dat ik de enigste medewerker ben die gebruik wil maken van de pc, niet ik maar hij de regels niet naleeft.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in mijzelf de energie van onbetrouwbaarheid ervaar als mensen afspraak regels niet naleven.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de manier waarop mijn collega tegen anderen collega’s over mijn handelen communiceert ervaar alsof ik belachelijk wordt gemaakt, en denk dat ik niet geschikt ben voor het werk dat ik verricht.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat mijn collega mij een moment later in het voorbij gaan aankijkt waardoor ik denk dat zijn blik mij wil doden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik die blik associeer met de mimiek van mijn vader die mij in het bijzijn van klanten in zijn zaak bekritiseerde, beschimpte en belachelijk maakte omdat hij bij drukte tijdens mijn samen werken met hem, het overzicht niet kon bewaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de controle verlies nadat mijn collega mij hardop bekritiseerde tegen collega’s waarbij mij niet om mijn mening werd gevraagd.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door het gedrag van mijn collega niet meer zijn werkgebied durfde te betreden nadat hier inmiddels weer cliënten aanwezig waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik niet naar binnen durfde te gaan uit angst voor de reactie van mijn collega.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in het verleden in reactie op het gedrag van mijn vader angst heb ontwikkelt waardoor ik mij naar aanleiding van zijn gedrag, in het bijzijn van klanten, angst voelde en naar aanleiding van zijn gedrag dacht ‘ik deug niet’, ‘ik mag er niet zijn’, ‘ik ben ongewenst kind/gezelschap’, ‘mijn aanwezigheid wordt niet gewaardeerd’, ‘mijn inzet wordt niet gezien’, ‘erkent’ of ‘gerespecteerd’, ‘ik ben minderwaardig’, waardoor ik mij realiseer zie en begrijp, zodra mensen afwijken van mijn verwachting ‘ik wil samen overleggen’, in mijzelf al focus op de energie van verwarring’ en vooraf aan overleg veronderstel’ ‘mijn collega zijn minder accuraat dan ik en handelen toch niet volgens gemaakte afspraken, waardoor ik in mijzelf de energie van onbetrouwbaarheid en onveiligheid manifesteer/ervaar waardoor, als ik veronderstel dat ik iemands comfortzone/werkgebied betreed, niet durf te betreden omdat ik kritiek verwacht, mij realiseer, zie en begrijp mijn energie van kritiek in mijzelf aanvaard en toegestaan, wil vermijden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik participeer in de energie van kritiek, die ik in mijzelf manifesteer, naar aanleiding van de manier waarop mijn collega communiceert nadat ik met hem wil overleggen, omdat hij resoluut en star mijn voorstel afwijst met ongegronde argumenten waarmee ik niet langer akkoord ga.

Als en wanneer ik in mijzelf de energie van verwarring manifesteer naar aanleiding van de manier waarop iemand mij openlijk bekritiseert, dan Stop ik en Adem. (zie vorige blog).

Ik stel mijzelf ten doel dat ik een gesprek wil met deze collega in bijzijn van de teamleiding waarin ik duidelijkheid vraag over het gebruik van de pc binnen het werkgebied van mijn collega, afspraken die eerder zijn gemaakt, waarmee ik voor mijzelf heb besloten dat ik afspraken maak waarmee ik later samen kan overleggen en tot overeenstemming kan komen, bij onduidelijkheid over wanneer ik (wij) wel of niet gebruik kunnen maken van de faciliteiten (pc’s) binnen zijn werkgebied.

Ik stel mijzelf ten doel dat ik de energie van conflict in mijzelf verder onder ogen zal komen omdat ik hiervoor zelf verantwoordelijk ben,

wordt vervolgd….