Dag 441 Zelfvergeving

Naar aanleiding van de reactie van een collega op mijn werk zie ik wat er in mijzelf gebeurt. Als ik wil overleggen met hem, (dan) wijst hij resoluut mijn verzoek af. Ik vraag hem of een cliënt gebruik mag maken van een pc binnen het werkgebied waar hij werkt, waarbinnen wij (ons team) als collega’s ook gebruik maken van specifieke faciliteiten zoals pc’s.

Ik realiseer mij naar aanleiding van deze gebeurtenis – overleggen – een patroon in mijzelf, namelijk, ‘als’ ik overleg al denk dat mijn verzoek ‘dan’ resoluut wordt afgewezen.    

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan het verzoek dat ik voor ogen heb aan mijn collega, in mijzelf energie van twijfel en de emotie angst ervaar, omdat ik denk dat mijn verzoek resoluut wordt afgewezen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik onvoldoende oprecht, vooraf aan het verzoek aan mijn collega, de aspecten die de energie van twijfel en angst in mijzelf manifesteren, niet onder ogen ben gekomen, waardoor mijn verzoek niet Zelfoprecht is, maar doe op basis van de energie van angst en twijfel omdat ik denk dat mijn verzoek niet wordt aangehoord.  

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan mijn verzoek veronderstel dat mijn collega mijn verzoek zal afwijzen, waardoor ik in mijzelf verwarring ervaar, veroorzaakt wordt door mijn gedachten, die mij belemmeren om Zelfoprecht met hem in gesprek te blijven, omdat ik in mijzelf de energie van afwijzing ervaar (niet gehoord worden veronderstel), en naar aanleiding van mijn verzoek zijn reactie afwijkt van dat wat ik voor ogen heb, ‘ik wil dat jij instemt met mijn verzoek, ondanks mijn angst en twijfel’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mij vooraf aan dit verzoek een ervaring herinner aan een onverwacht moment, waarin deze collega in bijzijn van cliënten mijn werkwijze/begeleiding/ondersteuning bekritiseerde, nadat hij ongevraagd commentaar gaf op mijn manier van handelen.

Zelfvergeving op deze vorige ervaring.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van het gedrag van mijn collega zijn inbreng ervaar als bemoeienis en kritiek op mijn aanpak.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik achteraf dacht: ‘jij deugd niet’ want jij ondermijnt mijn positie en rol als begeleider waardoor ik mij onveilig voel.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van zijn reactie denk ‘jij bent als mens ongeschikt om binnen deze setting te werken’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijn collega als mens ongeschikt vind voor de rol die hij vervult binnen deze setting omdat ik mij naar aanleiding van zijn reactie onveilig voel nadat hij zich bemoeit met mijn interventie omdat ik zijn gedrag ervaar alsof hij kritiek heeft op mij als mens.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard als ik in mijzelf de energie van kritiek ervaar dan vervolgens denk dat ik niet deug als mens.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van de reactie van mijn collega denk dat hij mijn inzet belachelijk maakt waardoor ik in mijzelf verdriet en gevoelens van onzekerheid ervaar en begin te twijfelen over mijn geschiktheid en rol als begeleider.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik veronderstel als ik door mijn collega gesteund en gehoord wordt dat ik geslaagd/geschikt/perfect ben als mens en begeleider.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijzelf door de reactie van anderen laat intimideren en mijn geschiktheid laat bepalen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de opvatting van mijn collega als kritiek en bemoeienis opvat/interpreteer.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik bij een reactie waarbij ik kritiek veronderstel van mening ben ‘ik voldoe niet aan jouw norm, dus ik ben ongeschikt volgens jou’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard nadat de cliënten weg waren, met mijn collega in gesprek ben gegaan en zijn handelen richting mij in bijzijn van cliënten heb veroordeeld.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik onder invloed van deze negatieve energie in overleg ga met de vraag ‘dat wij in het vervolg samen overleggen zodra ik gebruik wil maken van een pc binnen zijn werkgebied’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan een volgend verzoek twijfel aan mijn collega omdat ik veronderstel dat mijn collega geen gehoor geeft aan mijn verzoek.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan dit verzoek in mijzelf verwarring ervaar, omdat ik bang ben voor de reactie van mijn collega, zelfs nadat er overleg heeft plaats gevonden met de teamleiding, omdat ik twijfel aan de oprechtheid van mijn collega nadat hij de toezegging heeft gedaan dat wij (mijn collega’s en ik) in overleg met hem samen kunnen besluiten om wel of niet gebruik te maken van de pc binnen zijn territorium/werkgebied.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik vooraf aan mijn verzoek om medewerking twijfel aan de oprechtheid en bereidheid van mijn collega om samen te overleggen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik verward ben nadat mijn collega mijn verzoek afwijst en tegen hem zeg dat ik het niet eens ben met zijn besluit, dat ik geen gebruik mag maken van de pc binnen zijn werkgebied, omdat hierover met de teamleiding afspraken zijn gemaakt.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik verdrietig wordt als ik mijn collega tegen andere collega’s hardop hoor zeggen dat ik de enigste medewerker ben die gebruik wil maken van de pc, niet ik maar hij de regels niet naleeft.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in mijzelf de energie van onbetrouwbaarheid ervaar als mensen afspraak regels niet naleven.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de manier waarop mijn collega tegen anderen collega’s over mijn handelen communiceert ervaar alsof ik belachelijk wordt gemaakt, en denk dat ik niet geschikt ben voor het werk dat ik verricht.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat mijn collega mij een moment later in het voorbij gaan aankijkt waardoor ik denk dat zijn blik mij wil doden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik die blik associeer met de mimiek van mijn vader die mij in het bijzijn van klanten in zijn zaak bekritiseerde, beschimpte en belachelijk maakte omdat hij bij drukte tijdens mijn samen werken met hem, het overzicht niet kon bewaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik de controle verlies nadat mijn collega mij hardop bekritiseerde tegen collega’s waarbij mij niet om mijn mening werd gevraagd.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik door het gedrag van mijn collega niet meer zijn werkgebied durfde te betreden nadat hier inmiddels weer cliënten aanwezig waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik niet naar binnen durfde te gaan uit angst voor de reactie van mijn collega.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik in het verleden in reactie op het gedrag van mijn vader angst heb ontwikkelt waardoor ik mij naar aanleiding van zijn gedrag, in het bijzijn van klanten, angst voelde en naar aanleiding van zijn gedrag dacht ‘ik deug niet’, ‘ik mag er niet zijn’, ‘ik ben ongewenst kind/gezelschap’, ‘mijn aanwezigheid wordt niet gewaardeerd’, ‘mijn inzet wordt niet gezien’, ‘erkent’ of ‘gerespecteerd’, ‘ik ben minderwaardig’, waardoor ik mij realiseer zie en begrijp, zodra mensen afwijken van mijn verwachting ‘ik wil samen overleggen’, in mijzelf al focus op de energie van verwarring’ en vooraf aan overleg veronderstel’ ‘mijn collega zijn minder accuraat dan ik en handelen toch niet volgens gemaakte afspraken, waardoor ik in mijzelf de energie van onbetrouwbaarheid en onveiligheid manifesteer/ervaar waardoor, als ik veronderstel dat ik iemands comfortzone/werkgebied betreed, niet durf te betreden omdat ik kritiek verwacht, mij realiseer, zie en begrijp mijn energie van kritiek in mijzelf aanvaard en toegestaan, wil vermijden.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik participeer in de energie van kritiek, die ik in mijzelf manifesteer, naar aanleiding van de manier waarop mijn collega communiceert nadat ik met hem wil overleggen, omdat hij resoluut en star mijn voorstel afwijst met ongegronde argumenten waarmee ik niet langer akkoord ga.

Als en wanneer ik in mijzelf de energie van verwarring manifesteer naar aanleiding van de manier waarop iemand mij openlijk bekritiseert, dan Stop ik en Adem. (zie vorige blog).

Ik stel mijzelf ten doel dat ik een gesprek wil met deze collega in bijzijn van de teamleiding waarin ik duidelijkheid vraag over het gebruik van de pc binnen het werkgebied van mijn collega, afspraken die eerder zijn gemaakt, waarmee ik voor mijzelf heb besloten dat ik afspraken maak waarmee ik later samen kan overleggen en tot overeenstemming kan komen, bij onduidelijkheid over wanneer ik (wij) wel of niet gebruik kunnen maken van de faciliteiten (pc’s) binnen zijn werkgebied.

Ik stel mijzelf ten doel dat ik de energie van conflict in mijzelf verder onder ogen zal komen omdat ik hiervoor zelf verantwoordelijk ben,

wordt vervolgd….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s