Dag 407 Hooghartige houding

Ik denk dat ik het slachtoffer ben van de woorden van een ander. Want naar aanleiding van mijn goed bedoelde uitspraak heeft de ander kritiek op mijn bijdrage zegt ‘jij denkt dat je beter bent dan mij want jij wil je boven mij plaatsen’.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik denk dat ik het slachtoffer ben van andermans gedrag omdat ik veronderstel dat mijn goed bedoelde positieve woorden niet op waarde worden geschat en vervolgens denk dat mijn bijdrage niet gewaardeerd wordt.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik denk dat ik een goed mens ben en de ander slecht, de ander devalueer en ook idealiseer omdat ik verlang en verwacht dat de ander mij voor zijn niet-respectvolle gedrag zijn verontschuldigingen aanbied, automatisch de ander devalueer – omdat ik denk dat hij mij moet waarderen en positief moet bejegenen omdat ik van mening ben dat de ander mij niet waardeert, mij niet idealiseert omdat ik onbewust verlang dat de ander zich onvoorwaardelijk moet realiseren, zien en begrijpen dat hij mijn ongevraagde hulp op waarde moet schatten, omdat ik hem wil helpen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik mijzelf niet oprecht onder ogen kom omdat ik van een ander verlang dat hij mijn oorspronkelijke goedheid – mijn zelfoprecht eenheid en gelijkheid principe in mezelf als mijzelf moet waarderen, dat ik door mijn verwachting, door iets positiefs van een ander te verlangen mijzelf en mijn zelfoprecht devalueer.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik negatieve emoties in mijzelf ervaar zodra de ander kritiek heeft op mij, naar aanleiding van de woorden die de ander in mijn richting uitspreekt, dat ik volgens hem hooghartig ben, mij in mijn doen boven hem wil plaatsen.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van en in relatie tot de uitspraak van de ander in mijzelf een gevoel van minachting ervaar.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard onder invloed van mijn mind aanname, mijzelf en mijn zelfoprechtheid toesta, dat ik mij onheus bejegend voel, naar aanleiding van de mening van een ander die mijn bijdrage om hem effectief te ondersteunen omschrijft als hooghartig en omdat ik mij volgens hem en ten koste van hem boven hem wil profileren, alsof ik beter ben dan hem, volgens hem hooghartig ben, waardoor ik denk dat hij denkt dat hij minder is dan mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik naar aanleiding van de uitspraak en in relatie tot de woorden van de ander die zegt: ‘jij wilt je boven mij plaatsen’ niet in reactie schiet en mij niet wil verdedigen omdat ik besluit dat ik een time-out inlas en besluit deze als/dan situatie te verlaten.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat ik deze situatie verlaat met de woorden ‘ik doe niets meer voor jou’, mij realiseer, zie en begrijp dat ik mij naar aanleiding van de woorden van een ander onmachtig voel en wanhopig wordt omdat ik geen controle kan uitoefen op een constructieve, zonder reactie voortgang en communicatie, dat ik besluit uit deze situatie weg te gaan en mijzelf te bezinnen en mijn rol tijdens dit gesprek onder ogen wil komen nadat de ander van mij verlangt dat ik mijn excuus aanbiedt voor het feit dat de ander veronderstelt dat ik mijn hooghartigheid profileer in zijn nadeel.

Als en wanneer ik mijn bijdrage ervaar, dat ik door een ander onheus bejegend wordt nadat hij mij beschuldigt van het feit dat ik hem onheus behandel, dan Stop ik en Adem.

Ik realiseer mij dat ik op het moment dat de ander in reactie schiet mijzelf niet meer wil verdedigen met woorden ‘ik doe niets meer voor jouw, omdat ik mij realiseer, zie en begrijp dat ik niet definitief kan toezeggen dat ik nooit niets meer zal doen voor de ander, woorden zijn die ik niet kan Leven vanuit het eenheid en gelijkheid principe, door mijn woorden ongelijkheid creëer in mijzelf naar aanleiding van de woorden van de ander, mijn reactie in mijzelf onder ogen moet komen, omdat ik verwacht van de ander dat hij mij positief bejegend een verwachting van mijzelf betreft die ik in mij als de energie van ongelijkheid manifesteer omdat ik teleurgesteld ben door de woorden van de ander, verwacht dat mijn bijdrage op waarde wordt geschat, waardoor ik van de ander verlang dat hij mijn ongelijkheid in mijzelf voedt met overeenkomstige positief geladen positieve bevestiging, omdat ik mij realiseer zie en begrijp dat ik mij onheus bejegend voel.

Ik vergeef mijzelf dat ik mijzelf heb toegestaan en aanvaard dat de ander mij naar aanleiding van mijn woorden in een vorig gesprek waar ik heb gezegd dat ik van mening ben dat de ander niet vanuit zijn gevoelens moet reageren, in plaats daarvan zich moet richten op feitelijke feiten, dat ik naar aanleiding van en op de woorden van de ander die van mening is dat naar zijn gevoelens nooit geluisterd werd/wordt, op deze uitspraak een oordeel heb, in mijn mening die ik uitspreek naar de ander, de ander veroordeel en volgens hem veronderstel dat ik zijn gevoelens en emoties bagatelliseer en ontken, nadat hij zegt dat ik zijn gevoelens en emoties niet erken omdat die volgens mij en niet mogen zijn, dat ik vervolgens geen begrip heb voor zijn onmacht en door mijn mening macht wil uitoefenen op zijn keuze waarin ik verlang dat hij niet zo emotioneel moet reageren en zich moet richten op de feiten en verantwoordelijkheden waarop hij wordt aangesproken, waardoor hij emotionele weerstand ervaart, mij realiseer, zie en begrijp dat ik in wezen zijn reactie ontken, dat ik daarom boven hem wil plaatsen door mijn hooghartige uitspraak dat hij niet emotioneel moet/mag reageren, mij niet realiseer zie en begrijp dat hij van mij vraagt dat ik begrip heb voor zijn situatie.

Als en wanneer ik mij beledigd voel naar aanleiding van de hulpvraag van een ander, dan Stop ik en Adem.

Ik realiseer mij, zie en begrijp dat ik mijn menig wil doordrukken omdat ik van oordeel ben dat de ander zich moet baseren op de feiten en verlang dat hij zijn gevoelens van onmacht niet mag erkennen.

Ik stel mijzelf ten doel dat ik mijzelf niet langer wil profileren door iemand anders op zijn verantwoordelijkheid aan te spreken nadat ik van mening ben dat de ander zijn gevoelens en emoties eerst moet stoppen en zich eerst op de feiten moet richten. Ik realiseer mij dat ik een oordeel heb op de manier waarop de ander zijn gevoelens van onmacht communiceert waardoor ik door mijn mening te ventileren zijn negatieve gevoelens van onmacht versterk waardoor ik meer ongelijkheid in de wereld manifesteer omdat ik participeer in mijn hooghartige veronderstelling waarmee ik van een ander verlang hoe degene zich volgens mij dient te gedragen.

 

Wordt vervolgd

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s