Dag 313 eenheid en gelijkheid

Kijk, ik realiseer me dat de eerste stap om mezelf te verwerkelijken als één en gelijk met deze wereld, dit bestaan, is om ‘klein’ te beginnen en van daaruit uit te breiden.

Dus de eerste stap, laat ik de relatie van mijn zelfbeeld als voorbeeld nemen: schrijf ik op hoe ik mezelf ervaar met betrekking tot mijn zelfbeeld, omdat dat wat ik ervaar met betrekking tot mijn zelfbeeld, aspecten van mezelf zal onthullen die ik projecteer op anderen, maar die in mezelf bestaan als afgescheiden van mijn Zelfoprecht.

Dan pas ik zelfvergeving toe – bijvoorbeeld als ik stel ‘zij kwetsen mij ‘ – dan kijk ik waar en hoe ik mezelf nog steeds kwets door het met mezelf op een akkoordje te gooien. Dan pas ik zelfvergeving toe. Totdat ik in staat ben om naar mijn zelfbeeld te kijken zonder dat er iets ‘beweegt’ in mezelf – dan bestaat er geen afscheiding in mij.

Dus wat ik ervaar ten opzichte van mijn ouders laat aspecten van mezelf zien die ik nog niet afgehandeld heb. Want als ik ook maar enige reactie heb naar iets of iemand realiseer ik me begrijp en zie ik afscheiding die in mezelf bestaat. Zulke reacties laten punten in mezelf zien die ik nog niet aandachtig bekeken heb.

En zo ga ik verder met alles waar ik op reageer. Zoals bijvoorbeeld mijn reactie op mijn ouders ga inzien wat zulke reacties en ervaringen met betrekking tot mijn ouders in werkelijkheid mij over mezelf laten zien. Namelijk hetgeen ik nog niet effectief afgehandeld heb.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik me ondergeschikt en inferieur maak aan de gedachten in mijn hoofd

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb om als ik stel ‘zij kwetsen mij ‘ niet inzie dat ik mezelf kwets

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dan ik een ander veroordeel niet kijk geen verantwoordelijkheid neem waar en hoe ik mezelf nog steeds kwets door het met mezelf op een akkoordje te gooien door te denken ‘zij kwetsen mij’

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb om te geloven in gedachten in mijn hoofd die veronderstellen dat ‘een ander beter is dan ik’

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik dacht ik ben minder in relatie tot mijn aanname de ander is beter dus meer waard dan ik

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb om in mezelf de idee te voeden dat hoge zelfwaardering de voorkeur verdient boven mijn laagzelfbeeld, de polariteit minderwaard – meerwaard voedt

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik in mijn mind positieve en negatieve energie genereer als polariteit in mezelf manifesteer

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat mijn mind veronderstelling duelleert tussen ik ben minderwaardig en inferieur ten opzichte van mijn vergelijking dat ik de prestaties van iemand anders beter acht waaraan ik meerwaarde toeken

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik mijn omgeving inschat volgens de norm ‘hoger en meer’ vergelijk met mijn minderwaardig zelfbeeld

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik in mijn hoofd verschil maak tussen meer en minder hierdoor af-scheiding manifesteer, af-hankelijk van mijn gedachte mezelf vergelijk ik ben minder want de ander is meer

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat mijn gedachte en veronderstelling met betrekking tot minder zijn mijn beeld en de realiteit van mijn welzijn bepaalt

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik de relatie ‘beter – niet beter’, ‘meer-minder’ in mezelf manifesteer me realiseer dat ik zelf angst creëer ten opzichte van taken, bijvoorbeeld een presentatie voor een groep mensen, dat ik vooraf al denk dat anderen mij negatief zullen beoordelen

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik door mijn zelf gecreëerde angst het recht op succes ontneem omdat ik het risico ontloop dat anderen mij negatief zullen beoordelen mijn recht op welzijn vermijd méér existentiële angst in mezelf manifesteer omdat ik mijn welzijn slecht – minder goed dan wenselijk is – ineffectief onderhoud

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb om deze basis van ongelijkheid als manifestatie in mezelf binnen mijn wereldbeeld en realiteit existeert bestaat als maatstaf binnen mezelf de vergelijking hanteer ‘beter/hoger-aanzien’ – ‘niet beter/slechter/minder- aanzien’.

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb om in navolging van een uitspraak in relatie tot en naar aanleiding van deze uitspraak dacht dat Z beter kon studeren veronderstelde en dacht Z is beter/meer en ik ben slechter/minder want Z bezit meer kennis, heeft meer leervermogen, kan beter presteren en krijgt daarom wel en meer positieve aanmoediging in plaats van mij want ik krijg alleen maar kritiek

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik door mijn zelfgecreëerde angst in de veronderstelling heb geleefd dat uiterlijk zichtbaar succes in de vorm van een hoge positie, een groot huis, veel geld geassocieerd heb met meer aanzien waaraan ik me ondergeschikt heb gemaakt en gestreefd heb naar meer aanzien door mijn gedachten over en aan uiterlijke schijn als vanzelf meer aanmoedigen genereer uit mijn omgeving en daardoor meer erkenning, waardering en knuffels ontvang me realiseer dat ik een allergie heb ontwikkelt ten aanzien van mensen die ik associeer met succes en geldingsdrang

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik in relatie tot mijn veronderstelling en laag zelfbeeld in reactie schoot en vervolgens in zijn richting gefrustreerd reageerde in de verdediging mijn laag zelfbeeld verdedigde naar aanleiding van de uitspraak van een vriend die opmerkte dat mijn CV weinig tot niets voorstelt waardoor ik een achterstand heb tot de arbeidsmarkt minder kans op een passende baan heb me realiseer dat mijn reactie voortkwam uit mijn gedachte omdat ik mijn lage zelfbeeld vergeleek met zijn hoge positie/functie

Ik vergeef mezelf dat ik mezelf toegestaan en aanvaard heb dat ik recent tegen een klasgenoot de uitspraak heb gedaan dat een opleiding waaraan ik deelnam te min was voor mij dat ik me realiseer dat ik participeer in geldingsdrang en zelfoverschatting omdat ik mezelf onbewust in een hogere betere positie heb geplaatst ten opzichte van de ander ongelijkheid manifesteer door mijn arrogante afstandelijk uitspraak het deed lijken alsof ik de ander minder acht

Als en wanneer ik op zoek naar aanmoediging mezelf hoger acht dan een ander dan stop ik en adem ik….

wordt vervolgd…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s